Liever een witte dan een blauwe boord

Door Laurens Bluekens

Nederlandse jongeren laten beroepsopleidingen links liggen. Ze kiezen liever voor hogere, vaak meer algemene studies, terwijl er banen op mbo-niveau voor het opscheppen liggen. Is dat verstandig? Of hebben ze een punt?

Uit Maarten! 2022-3. Bestel losse nummers hier

In de zomer van 2022  luidde Adnan Tekin, voorzitter van de MBO Raad, de noodklok. Voor het schooljaar 2022-2023 verwacht het mbo 492.000 leerlingen, 21.000 minder dan in het voorgaande schooljaar. De dalende trend zet zich de komende jaren voort; aan het eind van het decennium zijn het er waarschijnlijk 460.000. Volgens Tekin kiezen jongeren een steeds hogere opleiding. ‘Hoger is beter; in zo’n samenleving leven we,’ zei hij tegen het NOS Radio 1 Journaal. Daardoor gaan scholieren vaker naar de havo of het vwo, om daarna ook vaker door te stromen naar het hbo of de universiteit. ‘Daarover moeten we ons achter de oren krabben,’ vindt Tekin. ‘Mbo’ers hebben goud in handen, dat realiseren ze zich te weinig.’

Ook de universiteiten slaan al een tijd alarm: die hebben juist meer studenten dan ze aankunnen. Voor het studiejaar 2021-2022 schreef zich een recordaantal studenten in voor universitaire bachelors en masters: 340.700. Dat was 4 procent meer dan het jaar ervoor. Dat komt vooral door de groei van het aantal buitenlandse studenten. Volgens Geert ten Dam, voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam (UvA), is de situatie onhoudbaar: ‘Nog los van ruimteproblemen op de campussen en het enorme kamertekort onder studenten, is de werkdruk voor medewerkers onaanvaardbaar hoog geworden. Wij kunnen en willen niet meer groeien.’

De tegengestelde berichten vanuit de MBO Raad en de universiteiten illustreren feilloos het huidige tijdsgewricht. Een beetje scholier gaat naar het vwo, of toch zeker naar de havo, en daarna naar het hbo of de universiteit, is de gedachte. Iedereen moet hogerop. In 2010 had ruim 20 procent van de bevolking tussen 25 en 64 jaar een hbo-diploma en bijna 12 procent een universitaire graad. Negen jaar later lagen die percentages op respectievelijk op 24 en 15. Voor jongvolwassenen geldt dat bijna de helft een diploma in het hoger onderwijs op zak heeft.

Op het eerste gezicht is het begrijpelijk dat iedereen naar een zo hoog mogelijke opleiding streeft. Allerlei onderzoeken wijzen uit dat hogeropgeleiden – mensen die in het bezit zijn van een hbo- of wo-diploma – langer gezond zijn, langer leven, meer verdienen, tevredener zijn en minder crimineel gedrag vertonen dan mensen met een lagere opleiding.

‘Niet ieder kind wordt later arts of advocaat’

Maar er zijn ook andere geluiden te horen, meer in de lijn van MBO Raad-voorzitter Tekin. ‘Wat mij stoort, is dat iedereen alleen maar hogerop wil,’ zei Jet Bussemaker in 2015 in een interview met de Volkskrant. De prestatiedruk en competitiedrang in onze maatschappij moeten niet doorslaan, waarschuwde de toenmalige minister van Onderwijs. Ouders zouden wat haar betreft niet altijd naar de hoogste opleiding voor hun kind moeten streven, maar moeten kijken wat het best past. Ook met vakopleidingen zijn immers goede banen te krijgen. Verpleegkundigen, beveiligers, elektriciens, loodgieters en bouwvakkers kunnen zo aan de slag.

Ook brancheorganisatie Bouwend Nederland wijst erop dat er niets mis is met een vakopleiding. Op veel bouwplaatsen hangt daarom een groot doek met de tekst: ‘Niet ieder kind wordt later arts of advocaat. Leer je kinderen dat het oké is om met je handen te werken en toffe dingen te bouwen.’

Groeiende loonkloof

Toch vindt Frank Cörvers, hoogleraar arbeidseconomie aan de Universiteit Maastricht, de keus voor een zo hoog mogelijke opleiding niet onverstandig. Volgens hem neemt de vraag naar hogeropgeleiden alleen maar toe. Hij kijkt daarvoor naar de ontwikkeling van de loonkloof tussen hogeropgeleiden en lageropgeleiden, waartoe hij ongeschoolden, vmbo’ers en personen die geen mbo-2 hebben behaald rekent. ‘Als je salaris als indicatie neemt, dan groeit de vraag naar hogeropgeleiden,’ stelt hij. Volgens Cörvers zijn er wellicht ook andere verklaringen voor de toenemende loonkloof tussen hoger- en lageropgeleiden, maar is de economische verklaring dominant. Dat betekent dat als de vraag naar hogeropgeleiden zo groot blijft, de salarissen van lager- en middelbaar opgeleiden blijven achterlopen. Dat kan ook een reden zijn om een zo hoog mogelijke opleiding te kiezen.

De krapte op de arbeidsmarkt is op dit moment overal groot en daarom wordt er nu ook veel betaald voor mensen die goed met hun handen kunnen werken. Vakmensen, die volgens Cörvers bij voorkeur op mbo-4 niveau zijn opgeleid, kunnen bij schaarste veel verdienen als zzp’er. Maar als de conjunctuur tegenzit zijn zij ook de eersten die geen werk meer hebben en wier inkomen sterk daalt.

‘Ouders pushen hun kinderen zo hoog mogelijk te kiezen’

In de komende jaren verwacht Cörvers wat meer ontspanning op de arbeidsmarkt, maar hij denkt dat de vraag naar goed opgeleide krachten blijft stijgen. Er is nu eenmaal behoefte aan personeel met meer kennis. Werkgevers hebben liever hbo’ers dan mbo’ers, liever een mbo’er van een hoger dan van een lager niveau. ‘Binnen het mbo is er vooral behoefte aan mensen op niveau 4. Bij gebrek daaraan kiezen werkgevers er soms voor om mensen die lager zijn opgeleid zelf in de praktijk op te leiden.’

Op langere termijn zouden de lonen van lager- en middelbaar opgeleiden volgens hem een inhaalslag kunnen maken. Dat zou een stabilisatie van de loonkloof tussen hogeropgeleiden en de rest betekenen. Maar een betere betaling is niet het enige wat nodig is, vindt Cörvers. Ook meer waardering zou goed zijn. Bijvoorbeeld door arbeidsvoorwaarden te verbeteren, zoals meer vrije dagen en een fijne sfeer op de werkvloer.

Volgens Cörvers is het goed ook kritisch naar studierichtingen te kijken. De bètavakken hebben nog altijd meer studenten nodig. Ook is bekend dat generalistisch opgeleide alfa’s het in recessies als eersten moeilijk krijgen om een baan op niveau te vinden. Dat neemt niet weg dat we puur economisch gezien blijvend veel hogeropgeleiden nodig hebben, meent Cörvers.

 

Gemiste kans

Die boodschap onderschrijft Ralf Maslowski, wetenschappelijk medewerker op het terrein van onderwijs en leven lang leren bij het Sociaal en Cultureel Planbureau. Toch plaatst hij ook kanttekeningen bij het ideaal om zo hoog mogelijk opgeleid te zijn. Zo wijst hij erop dat er niet per se een verband is tussen een hogere opleiding en de voordelen die daaraan worden verbonden. ‘Het feit dat hogeropgeleiden gezonder zijn, ligt bijvoorbeeld ook aan de weloverwogen keuzes die ze maken over wat ze eten en drinken. Die kunnen ze zich ook veroorloven, omdat ze meer verdienen.’ Maar met betere voorlichting zouden ook lageropgeleiden zich bewust kunnen worden van de gevolgen van bepaalde consumptiepatronen.

Met het oog op de toenemende technologisering vindt Maslowski niet dat Nederland te veel hogeropgeleiden heeft. ‘Maar je zult me ook niet horen zeggen dat we er meer en meer moeten hebben. Er zijn genoeg banen waarvoor het niet nodig is hoger opgeleid te zijn.’ Volgens hem moeten er niet zozeer meer of minder hoogopgeleiden komen, maar is een goede verdeling van studenten over de studierichtingen op verschillende niveaus belangrijker. Maslowski: ‘Het mbo, hbo en wo zijn evenwaardige onderwijssystemen waar je eigenlijk de studenten bij zou willen hebben die het best passen bij het type onderwijs. De uitspraak van Bussemaker in 2015 werd een beetje weggehoond, maar ik denk dat ze de spijker op de kop sloeg. Kinderen uit lagere sociaal-economische milieus komen vaker terecht op het vmbo en het mbo, terwijl ze soms wel het talent hebben om hoger onderwijs te volgen. Dat vind ik een gemiste kans. Omgekeerd zie je ook dat kinderen door hun ouders gepusht worden om zo hoog mogelijk te eindigen, terwijl ze diep in hun hart misschien beter op hun plek zijn op het mbo.’

Daarbij zijn volgens Maslowski twee zaken belangrijk. Aan de ene kant moeten burgers de mogelijkheid hebben om zich zo veel mogelijk te ontplooien en hun dromen na te jagen. Aan de andere kant is er een maatschappelijke vraag naar specifiek opgeleiden. ‘Stel dat Nederlanders massaal zeggen: we vinden macramé het allermooiste wat er is, dus daar gaan we een opleiding in volgen. Dan stort de economie in elkaar. Er is altijd frictie tussen wat mensen het liefst zouden willen en wat de maatschappij nodig heeft.’

Onacceptabel

Maslowski proeft in de samenleving een soort dedain voor een studie op mbo-niveau, en dat vindt hij vreemd: ‘Uit allerlei internationale vergelijkingen van onderwijssoorten komt elke keer naar voren dat het mbo in Nederland goed afsteekt bij vergelijkbare onderwijsvormen in het buitenland. We hebben een heel goed systeem van middelbaar beroepsonderwijs en dat moeten we beter voor het voetlicht brengen. Het is tijd voor een herwaardering van het praktisch onderwijs, en dat kan al op de basisschool beginnen.’

Leerkrachten in groep 8 zouden nadrukkelijker de discussie met ouders moeten aangaan over het soort vervolgonderwijs dat het best bij hun kind past, vindt Maslowki. ‘Nu heerst vooral het beeld dat als iemand naar het vwo kan, we dat dan vooral maar moeten doen. De havo en het vwo zouden ook een grotere praktische component kunnen krijgen, om leerlingen zo te laten ervaren dat werken met hun handen ook leuk is. Daardoor wordt het voor hen aantrekkelijker om een beroepsopleiding te kiezen.’

De theoretisering van het vmbo waarvoor in het verleden is gekozen vindt Maslowski geen stap in de juiste richting. Want dat geeft het signaal: hoe theoretischer, hoe beter. ‘Zelfs het mbo is een stuk algemener geworden. Alleen als je vmbo-kader doet, of een basisberoepsgerichte leerweg, krijg je dat beroepsgerichte nog een beetje mee. In mijn ogen moet je in het vmbo en mbo sterker inzetten op de beroepsvakken. Op die manier geef je ze weer status en ken je er waarde aan toe.’

Vakmensen kunnen veel verdienen als zzp’er

Het appel voor een herwaardering van het mbo lijkt ook ingedaald te zijn bij de politiek. Nadat de 19-jarige mbo-student schoonheidsspecialist Nikki in juni 2022 geweigerd werd bij een studentencafé in Utrecht – volgens haar vanwege haar opleidingsniveau – brak minister van Onderwijs Robbert Dijkgraaf tegenover RTV Utrecht een lans voor de gelijkwaardige behandeling van het mbo. ‘Ik vind het bijzonder onterecht en ook onacceptabel dat mbo’ers vaak worden ondergewaardeerd en miskend. Ik vind dat er in de samenleving veel meer waardering moet komen voor het vakmanschap en de innovatiekracht van mbo’ers.’

Boter bij de vis kwam snel, want die zomer maakte het kabinet bekend honderden miljoenen euro’s te investeren in het mbo. Het wil de kansengelijkheid vergroten, de aansluiting van het mbo op de arbeidsmarkt verbeteren en investeren in meer kwaliteit, onderzoek en innovatie in het mbo.

In Utrecht mogen mbo’ers inmiddels meedoen aan de UIT-week voor eerstejaarsstudenten, zodat ze studiegenoten op hbo- en wo-niveau leren kennen. Want zoveel verschillen zijn er niet, benadrukte een van hen tegenover het NOS Journaal. ‘Ook mbo’ers houden van bier en muziek.’

Nederlandse jongeren laten beroepsopleidingen links liggen. Ze kiezen liever voor hogere, vaak meer algemene studies, terwijl er banen op mbo-niveau voor het opscheppen liggen. Is dat verstandig? Of hebben ze een punt?

Uit Maarten! 2022-3. Bestel losse nummers hier

Welkom bij Maarten!

Maak eenmalig een gratis account aan en krijg toegang tot al onze artikelen. Lees gratis op onze site en ontvang elke twee weken nieuws, diepgravende artikelen, interviews, evenementen en acties van Maarten! in uw mailbox.

InloggenRegistreren

Reacties

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen

‘Niet experimenteren met kinderen’

Hoe de universiteit uitgroeide tot een ‘fastfoodrestaurant’

‘Dwang en repressie moeten uit de jeugdzorg’

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.