Van Hannah Arendt tot Bruegel: dit zijn Maarten van Rossems grootste helden

Van Hannah Arendt tot Bruegel: dit zijn Maarten van Rossems grootste helden
maandag 9 september 2019
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

In de zes helden van Maarten komen zijn grote liefdes samen: een auto-ontwerper, een kunstenaar, een schrijver en politicus. Met historicus A.J.P. Taylor en denker Hannah Arendt delen ze een vermogen om autonoom te denken, en zo een nieuw type carrosserie uit te vinden of een alternatieve visie op de Eerste Wereldoorlog te ontwikkelen.

Auto-ontwerper Colin Chapman (1928-1982)


‘Chapman heeft in zijn leven, dat overigens niet lang was omdat hij met zijn eigen vliegtuig is verongelukt, een reeks revolutionaire raceauto’s gebouwd. Er waren mensen die hem hielpen, maar de ideeënstroom kwam van hem. De eerste was de Lotus 25. Het originele van deze auto was dat hij een monocoque-carrosserie had. Raceauto’s hadden toen een carrosserie van stalen buisjes, maar Chapman bedacht dat een basis van een gepuntlaste aluminium doos veel lichter en sterker zou zijn.

Daar had hij gelijk in. Als je een bruggetje maakt van een stuk karton en je loopt eroverheen, val je naar beneden. Als je van dat karton een stevig doosje maakt, kun je eroverheen lopen zonder erdoorheen te zakken. Bij vliegtuigen werd de doosconstructie al eerder toegepast; heel veel ontwikkelingen in de vliegtuigbouw zijn pas laat doorgezet naar auto – schijfremmen bijvoorbeeld.

Later was Chapman ook verantwoordelijk voor de aerodynamische revolutie in de racerij; met een vleugeltje achter op de auto zet je een enorme extra druk op de achterwielen, waardoor auto’s beter op de weg liggen. Tegenwoordig staat er op raceauto’s geloof ik wel anderhalve ton van die downforce. Daarom valt er ook geen bal meer te beleven in de Formule-1: het is uit met de slippartijen.

In de vroege jaren zestig had Chapman een andere held van mij in dienst, namelijk Jim Clark: misschien wel een van de beste autocoureurs aller tijden. Helaas bouwde Chapman altijd heel frêle constructies en in zo’n Lotus is Clark in de Formule-2 van 1968 verongelukt. Toen was het met mijn racebezetenheid meteen klaar.

De bewondering voor Chapman is wel gebleven. Later heeft hij ook auto’s gemaakt die gewoon op de markt kwamen. Allemaal briljante ontwerpen – denk aan de Lotus Elite van de late jaren vijftig. Een prachtig autootje met een ruggengraatchassis, dat ik op mijn 24ste graag had willen hebben. Nu kan ik het betalen, maar het verlangen is voorbij. Ik zou er ook niet in passen trouwens.

Gelukkig heb ik nog steeds een mooi model van een Lotus 25, schaal 1:18. Die heb ik ooit voor 141 euro gekocht in een Brusselse winkel. Mijn broer en zus waren zeer verontwaardigd dat ik zo’n bedrag betaalde voor een speelgoedautootje.’
 

Schrijver en oorlogscorrespondent Vasili Grossman (1905-1964)

 Maarten: ‘Dit is weer een ambigue held. Daar blijk ik toch meer mee te hebben dan met honderdprocenthelden. Sovjetschrijver Grossman bewonder ik vooral vanwege zijn boek Leven en lot, dat een verpletterende indruk op mij maakte. Vooral omdat een van de hoofdpersonen een Joodse intellectueel is.

Een natuurkundige, die werkt in een instituut waar een antisemitische campagne loopt – tot hij op een dag door Stalin zelf wordt opgebeld, omdat hij dringend een bijdrage moet leveren aan de snelle productie van een atoombom. Daar ben je als lezer totaal niet op voorbereid. Een ander hoofdelement van het boek is de slag om Stalingrad. De ongekende gruwelijkheid daarvan is fantastisch beschreven. Ook de Holocaust wordt op een aangrijpende manier weergegeven.

Leven en lot maakte een verpletterende indruk op mij’

Alle kopieën van Leven en lot werden in beslag genomen door de KGB, inclusief de linten van de schrijfmachine waarmee het werk was getypt. Grossman was een dappere oorlogscorrespondent en schrijver – geen echte dissident, maar toch kritisch ten aanzien van het regime. En tegelijkertijd heeft hij meegedaan aan het systeem. Hij zat in een complexe situatie.

Ik voel altijd wel mee met mensen die geworsteld hebben met dat probleem. Want terwijl je precies weet wat er aan de hand is, wil je je vaderland niet afvallen, niet uit de mode raken en ook niet naar een strafkamp.’
  

Historicus A.J.P. Taylor (1906-1990)

‘Ik las diverse boeken van Taylor, maar ik bewonder hem vooral vanwege The Origins of the Second World War. En dan vooral de eerste helft, want daarin wordt briljant uitgelegd wat niemand me daarvoor heeft verteld: het fundamentele inzicht dat Duitsland de Eerste Wereldoorlog eigenlijk niet heeft verloren, maar gewonnen.

Duitsland staat bekend als verliezer, maar was vanwege de strategische ontwikkelingen na de oorlog toch de grote winnaar. De Verenigde Staten hadden na de Eerste Wereldoorlog genoeg van Europa en trokken zich terug in isolationisme. Engeland had ontzettende spijt van deelname aan de oorlog en besloot zich te richten op het Empire. En Rusland verdween natuurlijk vanwege de revolutie van het Europese toneel.

Dus stond Frankrijk er alleen voor, want met de nieuwe naties in Oost-Europa na het Verdrag van Versailles kon je niet veel. Frankrijk werd in de daaropvolgende jaren geconfronteerd met de akelige eeuwige waarheid dat Duitsland een machtiger natie is dan Frankrijk. Het land is net een badeend: je kunt hem een tijdje onder water houden, maar na een tijdje floept hij weer naar boven.

Het wachten was op iemand die zag dat Duitsland in feite een zeer aantrekkelijke strategische positie had, in casu Adolf Hitler. Dat is het thema van The Origins of the Second World War. Een deterministische gedachte, en daarmee is het altijd uitkijken. Maar waarom vertellen we studenten eigenlijk dat Duitsland de Eerste Wereldoorlog verloren heeft? En dat geldt ook voor de Tweede. Die verloren ze technisch gezien op een nog gruwelijker en beslissender manier, maar toch kwam het land er snel weer bovenop.

Duitsland is misschien geen wereldmogendheid, maar wel de baas in Europa. Misschien kunnen we daar wat meer aandacht aan besteden, in plaats van elke tweet van Trump rond te toeteren.’
 

Schilder Pieter Bruegel de Oude (1525/1530-1569)

‘In het begin van de zestiende eeuw was Bruegel een bekende schilder, en daarvoor een fameus tekenaar wiens werk de grondslag vormde voor goed verkopende gravures. Oud is hij niet geworden en pas op het einde van zijn leven is hij gaan schilderen. Ik vind zijn schilderijen verbazingwekkend.

Ik zou ze zelfs meesterwerken noemen, maar die term mag ik van mijn zuster Sis niet gebruiken. Meesterwerken bestaan volgens kunsthistorici namelijk niet. Er bestaan alleen “interessante schilderijen”, en een werk moet altijd worden ingepast in een of andere canon.

Waarom ik werk van Bruegel meesterlijk vind, kan ik niet goed uitleggen. Dat is het probleem met zulke kunst: je staat ervoor en je denkt: dit is een meesterwerk. Het treft je recht tussen de ogen. Zoals laatst, toen ik in Luik in een museumpje bezocht waar verder geen kip was. Ik liep er tegen het werk van de mij onbekende Albert Marquet aan: schijnbaar terloopse, kleinschalige, maar briljante schilderijen.

Goede schilderijen vervelen nooit. Als je in de bekende zaal met de Bruegels bent in Wenen kijk je je ogen uit. En als ik er nu nog een keer heen ga, is dat weer zo. Mocht ik aan een Bruegel geraken, dan zou ik die zonder meer thuis ophangen. Ik zou er apetrots op zijn en er elke avond voor het slapengaan een halfuurtje naar kijken. Wel met een man met een machinegeweer in de voortuin om ervoor te zorgen dat het schilderij niet gestolen zou worden.

‘Waarom ik werk van Bruegel meesterlijk vind, kan ik niet goed uitleggen’

Ik had een vader die schilderde en ik heb toen ik jong was veel gedaan in zijn atelier. Juist daardoor weet ik hoe ontzettend moeilijk het is om iets goeds te maken met olieverf. Als je zelf ooit een etsje gemaakt hebt, begrijp je hoe lastig dat is en hoe geniaal de etsen van Rembrandt zijn.

De beste schilderijen van Bruegel vind ik Boerenbruiloft, Toren van Babel en Jagers in de sneeuw. Jammer genoeg is er over hemzelf niet zoveel bekend. Met mijn leesgezelschap hebben we een Bruegel-wandeling gemaakt in Brussel. Bij elke locatie waar hij zou hebben verbleven vertelden ze ons dat modern onderzoek heeft aangetoond dat dat niet zo was. Het beeld van Bruegel in Brussel is wel bijzonder aardig.’
  

Chinees leider Deng Xiaoping (1904-1997)

‘Dit is zonder meer de invloedrijkste man van de tweede helft van de twintigste eeuw, nog meer dan Gorbatsjov. Xiaoping is een man van ongekende moed en ongekend doorzettingsvermogen. Hij is meerdere malen in ongenade gevallen vanwege de ijdele revolutionair Mao Zedong.

Deng was een pragmaticus en zette zodra hij aan de macht was een aantal hervormingen in die voortreffelijk gewerkt hebben. Veel meer dan in de Sovjet-Unie waren het hervormingen van onderop, terwijl Deng het machtsmonopolie van de partij wist te bewaren. Deng gaf de boeren de gelegenheid om te functioneren als kleine ondernemers, waardoor dat de landbouw veel meer opleverde. Het geld dat daardoor vrijkwam kon weer gebruikt worden voor investeringen.

Als je je leven hebt doorgebracht in het Chinese politbureau, zoals Deng, heb je natuurlijk wel een en ander op je kerfstok. Maar hij was een stuk minder gek dan de andere leden. Zijn keuze om de studentenopstand eind jaren tachtig ten koste van duizenden doden de kop in te drukken is achteraf gezien wel te verdedigen.

‘Xiaoping is een man van ongekende moed en ongekend doorzettingsvermogen’

Gorbatsjov is in chaos ten onder gegaan; die was in feite in drie jaar zijn hele greep op de gebeurtenissen kwijt. Dat is Deng nooit overkomen. China is door een aantal essentiële beslissingen van Deng in magistraal tempo geïndustrialiseerd en is nu de tweede industriële producent van de wereld. Deng heeft de loop van de wereldgeschiedenis veranderd en meer dan 700 miljoen Chinezen welvarend gemaakt.’

 
Filosoof Hannah Arendt (1906-1975) 

‘Wat ik in Arendt bewonder is haar vermogen om zelf na te denken. Om niet te vinden wat iedereen denkt, en niet de “verstandige” commentaren in de krant en van deskundigen op televisie en radio klakkeloos over te nemen. Om te ontdekken wat je zelf vindt als je een probleem goed doordenkt. Daarmee wil ik niet zeggen dat alles wat Arendt heeft bedacht ook noodzakelijkerwijs waar is of dat ik het ermee eens ben. Maar in elk geval heeft ze er zelf over nagedacht.

In de jaren zestig waren veel intellectuelen voor busing: zwarte kinderen werden met een gemeentebus vervoerd naar een witte school, en witte kinderen met dezelfde bus naar een zwarte school. Er was toen al sprake van schoolsegregatie, en zo kon je een betere mix krijgen. Het was een geaccepteerd idee onder progressieve intellectuelen, en daarover schreef Arendt een essay. Ze was tegen.

Toen ik het las, dacht ik: ze heeft groot gelijk. Als je erover nadenkt is het volstrekt onacceptabel dat zoiets gebeurt. Het zijn jouw kinderen; als je niet mee wilt doen aan busing, dan mag dat, hoe nuttig het ook kan zijn. Busing is typisch iets waar je alleen voor bent als je zelf geen kinderen hebt.

‘Mij lukt het lang niet altijd om niet te denken wat iedereen denkt’

Arendts omvangrijke essay over Adolf Eichmann is natuurlijk welbekend en tot op de dag van vandaag controversieel. Ik hou nog steeds vol dat ze gelijk heeft. Er is gezegd dat Eichmann een heel fanatieke nazi was, maar in feite was hij een Duitse dienstklopper. Hij zal wel geloofd hebben in de nazi-ideologie, maar zonder Hitler en de partij was Eichmann gewoon een handelsreiziger in olieproducten gebleven.

En dat geldt voor veel nazi’s. Het zijn normale, degelijke burgers die hebben meegewerkt aan de Holocaust. Denk aan het onderzoek van historicus Christopher Browning, over een politiebataljon van keurige Hamburgse politieagenten, die aan het oostfront de meest gruwelijke oorlogsmisdaden begingen.

Een misdadige overheid kan schijnbaar fatsoenlijke mensen misdadige dingen laten doen. Als de PVV in Nederland aan de macht zou komen, en zou besluiten stap voor stap de moslims eruit te knikkeren (“minder, minder”), zul je zien dat er een aanzienlijk deel van de Nederlandse bevolking bereid is daaraan mee te werken.

Mij lukt het trouwens lang niet altijd om niet te denken wat iedereen denkt en voor mezelf na te gaan hoe het echt zit, zoals Arendt deed. Maar de meerderheidsopinie is vaak totaal onjuist, is mij na al die jaren wel gebleken.

Kijk naar de Amerikaanse inval in Irak in 2003, of de westerse bemoeienis in Afghanistan: allemaal levensgevaarlijke illusiepolitiek. Ik was tegen, en om bij die conclusie uit te komen heb ik alleen maar mijn gezonde verstand gebruikt. Iemand die ooit ook maar iets over oorlog heeft gelezen, weet dat er zich altijd heel rare en onverwachte nevenverschijnselen voordoen. Alsof ze nooit iets leren.’

Uit Maarten! 2019-3

maandag 9 september 2019

Gerelateerde artikelen

Kunst met Sis: Vrouw Wereld

woensdag 30 mei 2018

Lang leve de burgermanskunst!

woensdag 25 april 2018

Waarom de belangrijkste uitvinding aller tijden niet uit China kwam

woensdag 6 december 2017

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.