De renaissance van de journalistiek

De renaissance van de journalistiek

Door Birte Schohaus

maandag 16 december 2019
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Met de komst van het internet leken de traditionele media ten dode opgeschreven. Al het nieuws werd opeens gratis. Twintig jaar later is het journalistieke aanbod groter dan ooit en blijken lezers toch geld voor kwaliteit over te hebben. Belangrijk minpunt: inmiddels bestaat 60 procent van de redacties uit freelancers, die belabberd worden betaald.


Dagenlange snoepreisjes voor een interview op kosten van de zaak. Middagen doorzakken in de kroeg en dan uit de losse pols een stukje tikken. Onderzoeksverhalen die weken, zo niet maanden in beslag namen, zonder dat iemand er erg in had. Dat waren de gouden tijden in de journalistiek, eind vorige eeuw. Als je de ouwe rotten uit het vak mag geloven tenminste, die er vol nostalgie over vertellen.

Aan dit weelderige bestaan kwam abrupt een einde met de komst van internet: dat was namelijk gratis, en online nieuws dus ook. Na de komst van Nu.nl in 1999 gingen ook steeds meer kranten gratis nieuws op hun website aanbieden. Niet alleen nieuwsberichten, maar hele artikelen, waar de lezer voorheen nog een krant voor moest kopen, stonden nu gratis en voor niets online. En zelfs voor papieren kranten hoefde je niet meer de portemonnee te trekken. Met de gratis kranten Sp!ts, Metro, Dag en De Pers was er genoeg gratis aanbod. Het idee dat nieuws niets hoeft te kosten vatte post.

Niet alleen het nieuws verhuisde naar internet, ook de advertentiemarkt ging grotendeels digitaal. Dat betekende voor papieren kranten dat een belangrijke inkomstenbron steeds verder slonk. Van de inkomsten uit advertenties in 2000 was in 2016 nog maar een kwart over. Kranten- en tijdschriftenuitgevers zaten met de handen in het haar.

Totdat The New York Times, misschien wel de beroemdste krant ter wereld, in 2011 een paywall introduceerde. En ook het Financieel Dagblad stopte zijn content in dat jaar achter een betaalmuur. Betalen voor online nieuws was geen taboe meer. Toch verdienden ook deze kranten nog verreweg het meest aan hun papieren edities. Een online verdienmodel was nog ver te zoeken.

‘De convergentie van internet en papieren krant is op alle redacties wel gelukt.’

Enter Blendle. De start-up van internetondernemer en -journalist Alexander Klöpping schudde in 2014 de Nederlandse journalistiek op. Lezers konden ineens voor de paar spreekwoordelijke dubbeltjes online losse artikelen kopen, zonder een abonnement op een krant te hoeven nemen. Dit model zou aan de behoeftes van de internetgeneratie voldoen, was het idee: geen verplichtingen of lidmaatschappen meer, maar liever losjes in het nieuws shoppen.

Het plan stond haaks op het een jaar eerder gelanceerde initiatief van oud-nrc.next-hoofdredacteur, Rob Wijnberg: De Correspondent. Dit nieuwe ledenmodel wist binnen een jaar 20.000 leden te werven. Zij betalen een jaarlijks bedrag voor de online journalistiek op De Correspondent, die bewust niet objectief en nieuwsachtig wil zijn. Inmiddels is dat ledenaantal gegroeid tot rond de 60.000 in 2018. Ook het onderzoeksjournalistieke platform Follow the Money werkt al sinds 2010 met een vergelijkbaar ledenmodel. Het platform is weliswaar kleiner en heeft een heel andere, vooral financieel-economische invalshoek, maar het ledenaantal is inmiddels tot 14.000 gegroeid.

Terwijl het ledenmodel lijkt te werken, is het betalen-per-artikel-model van Blendle niet rendabel gebleken. Oprichter Klöpping liet begin 2019 weten dat deze verkoop te weinig opleverde. Daarom stapt het bedrijf over op het zogenoemde premiummodel, een maandelijks lidmaatschap voor een selectie artikelen uit alle kranten. Of dit verdienmodel wel werkt, moet nog blijken. Klöpping zegt 100.000 abonnees nodig te hebben om winstgevend te zijn. In juni waren het er rond de 60.000.

Het hoort bij de journalistiek om zich steeds te vernieuwen, zegt mediahistoricus aan de Rijksuniversiteit Groningen en hoogleraar radio- en televisiegeschiedenis aan de UvA Huub Wijfjes. Het is bij wijze van spreken inherent aan het vak. ‘Voorspellingen die we in 2015 deden zijn nu alweer achterhaald. De ontwikkelingen gaan snel, met name online.’ De dit jaar verschenen bundel De Krant, een cultuurgeschiedenis, die hij samenstelde, ademt veel optimisme over het verleden en de toekomst van de krant.
Al zijn niet alle nieuwe initiatieven volgens hem echt zo nieuw. ‘Wat De Correspondent doet is eigenlijk negentiende-eeuwse journalistiek in een eenentwintigste-eeuws jasje. Het online ledenmodel is nieuw, de interactie met het publiek, maar de stijl – bloemrijk, persoonlijk, partijdig – is juist al heel oud.’ Dat geldt voor wel meer initiatieven; de technologie en de verdienmodellen zijn nieuw – digitaal-, maar de inhoud past in de journalistieke traditie van weleer.

Ook het gemopper over de staat van de journalistiek is niet nieuw. Het kan altijd beter. Een teloorgang is al vaak voorspeld. We moeten niet vergeten dat er al eerder crises zijn geweest, die misschien wel erger waren dan nu, zegt Wijfjes. ‘In de jaren tachtig was er een grotere kaalslag en toen viel er veel minder te kiezen. We hebben nu een pluriformiteit die we nog nooit hebben gehad. Het aanbod aan kwaliteitsjournalistiek is heel groot. De convergentie van internet en papieren krant is op alle redacties wel gelukt. Ze zijn erin gaan geloven en er is een jonge generatie journalisten voor wie dit vanzelfsprekend is. Dat is hoopgevend.’
 

Selectie van een selectie

De behoefte aan kwaliteitsjournalistiek is nooit verdwenen, zegt ook Piet Bakker, publicist en emeritus lector journalistiek aan de Hogeschool Utrecht. ‘Het idee van rond de eeuwwisseling dat journalisten niet meer nodig zouden zijn, omdat mensen zelf hun nieuws konden vergaren via blogs of social media, bleek al snel niet waar. Dat veronderstelde dat journalistiek niets meer is dan een groot huis-aan-huisblad dat persberichten verspreidt. Een nogal onnozele opvatting; journalisten schrijven juist over dingen die nog niet bekend zijn en maken hun eigen selectie. Gebruikers vinden het fijn dat deze selectie voor hen wordt gemaakt door de media die ze vertrouwen.’ Wat dat betreft zou Blendle Premium wel toekomst kunnen hebben. Het is de selectie van een selectie. Of lezers deze laatste slag liever zelf willen maken of juist gaan voor het gebruiksgemak moet de toekomst uitwijzen.

De komst van een nieuw medium betekent in elk geval niet per definitie het einde van het oude. De radio bleef bestaan toen televisie zijn intrede deed en kranten brengen nog steeds nieuws, ondanks de komst van social media. ‘Mensen zijn prima in staat om te facebooken en ook nog de krant te lezen,’ zegt Bakker. Het is gewoon en-en. Gebruikers kiezen voor elke behoefte het bijpassende medium. Voor nieuws weten ze nog steeds de vertrouwde nieuwsmedia te vinden. Dat blijkt ook uit de cijfers. De nieuwswebsites staan steevast in de top-10 van meeste bezochte websites en ook de kijkcijfers van het NOS-journaal zijn bijvoorbeeld nog steeds hoog. Het programma trekt gemiddeld rond de 2 miljoen kijkers.

De komst van een nieuw medium betekent in elk geval niet per definitie het einde van het oude

Dat heeft alles te maken met de herwaardering van kwaliteitsjournalistiek. Het bekendste voorbeeld hiervan komt uit de VS, waar kwaliteitskranten als The New York Times en The Washington Post hun digitale abonneebestand zagen groeien na de verkiezing van Donald Trump in 2016. Steeds meer lezers hadden blijkbaar behoefte aan gedegen berichtgeving over politieke ontwikkelingen. Ondanks of juist dankzij Trumps geschamper over de verschrikkelijke mainstream media.

Ook in Nederland doet de diepgravende journalistiek het goed. Uit de grote journalistieke scoops van de afgelopen jaren blijkt dat de journalistiek niet stilzit, laat staan dood is. Wat te denken van de bonnetjesaffaire rondom minister Ivo Opstelten en staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie, het verzonnen datsjabezoek van Halbe Zijlstra, toen fractievoorzitter van de VVD, of de onthullingen over seksueel misbruik in de katholieke kerk?

Het journalistieke speurwerk dat hiervoor nodig is, verrichten journalisten steeds vaker in groepsverband, over redactie- en zelfs landgrenzen heen. Waar voorheen redacties elkaar alleen maar als concurrenten zagen, gaan ze nu regelmatig voor projecten samenwerkingsverbanden aan. Zoals voor het bekroonde onderzoek naar Nederlandse steun aan Syrische Strijdgroepen door Nieuwsuur en Trouw. Of de Implant Files, het internationale onderzoek naar medische hulpmiddelen, aangezwengeld door Jet Schouten van Radar, die een mandarijnennetje succesvol als bekkenbodemmatje wist te laten registreren en daarmee aantoonde dat het controlesysteem voor medische hulpmiddelen niet deugt. Kortom, er worden nog steeds ‘tegels gelicht’, zoals oud-hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad Henk Hofland het journalistieke speurwerk ooit noemde.

 

Achilleshiel

Alleen maar reden tot vreugde dus? Nee, er is nog steeds het nodige mis. Ondanks de pluriformiteit en het grote aanbod hebben de financiële ontwikkelingen wel invloed gehad op de inhoud, zegt Wijfjes. ‘Er is minder ruimte voor hoogvliegers, vooral in de regionale journalistiek. Door de financiële druk zijn de kranten steeds geformatteerder geworden. Als je niet uitkijkt wordt journalistiek dan vakkenvullen. Vooral de regionale kranten die onder het AD vallen zijn sterk op elkaar gaan lijken, omdat het grootste gedeelte door de centrale redactie wordt gevuld.’

Deze ontwikkeling heeft alles te maken met het grootste probleem van de journalistiek: de financiering. Terwijl het inhoudelijk met de journalistiek beter gaat dan ooit, ziet ook Bakker dit als serieus probleem. ‘Er waren twee vragen: zitten mensen nog op journalistiek te wachten? En: willen ze er nog voor betalen? Op de eerste vraag is het antwoord “ja” gebleken, de tweede vraag is lastiger.’ Ondanks alle goede verhalen blijft het verdienmodel de achilleshiel.

Het aantal dagelijkse lezers van een papieren krant is vanaf 2000 met ruim 20 procent gedaald. En ook de totale verspreiding van de dagbladen is tussen 2004 en 2016 met een derde gedaald. Van de advertentie-inkomsten van 2000 was in 2016 nog maar de helft over. De markt voor online advertenties groeit weliswaar licht, maar is niet te vergelijken met de opbrengsten die de advertenties op papier tot voor de eeuwwisseling voor de kranten betekenden. Terwijl de sales-, productie- en distributiekosten hetzelfde blijven.

Hoogste tijd voor een omslag, zou je denken, maar volgens Bakker hebben de grote mediabedrijven nog steeds geen sluitend online verdienmodel gevonden. ‘Ze roepen wel steeds dat de betalende online lezers toenemen, maar maken er geen cijfers over bekend. Dat is voor mij een teken aan de wand. Als het echt zo goed zou gaan, zouden ze het wel van de daken schreeuwen en staven met cijfers. Tot nu toe worden de digitale experimenten betaald door de opbrengsten van de papieren abonnementen.’

De online journalistiek maakt de papieren krant dus niet overbodig. Integendeel, tot nu toe is de papieren editie onmisbaar om de online uitgaves te kunnen publiceren. Dat kan alleen doordat de omzet uit abonnementen in de afgelopen jaren stabiel is gebleven en zelfs licht is gegroeid. Niet omdat er meer abonnees bij zijn gekomen, welteverstaan, maar omdat de abonnementskosten steeds zijn verhoogd. Minder lezers betalen meer om de krant overeind te houden. Bakker vindt dit van de zotte: ‘Een pervers systeem. Een nieuw abonnement is goedkoper dan jarenlang lid blijven. Ik raad daarom iedereen aan om het abonnement op te zeggen en een nieuw te nemen.’

Die verhogingen zijn niet eindeloos door te voeren, en bovendien vergrijst het abonneebestand. Een andere oplossing is nodig. Bakker denkt dat het een kwestie van tijd is totdat de kranten overstappen op online. ‘Papier zal niet helemaal verdwijnen, maar ik denk dat alle grote kranten een scenario in de la hebben liggen van een papieren magazine in het weekend en voor de rest gewoon digitaal.’ Dan vallen veel hoge kosten in één keer weg, maar voor veel kranten zal het voelen als een knieval. ‘Niemand wil daarom de eerste zijn. Als een uitgever het noodgedwongen aandurft, omdat het blad anders zal omvallen, dan volgen de anderen vrij snel.’ Een soort domino naar de digitalisering.

Maar zelfs dan is het de vraag of dat voldoende oplevert. Uit onderzoek van het Amerikaanse Pew Research Center blijkt dat nog steeds maar weinig lezers bereid zijn voor online nieuws te betalen. De online-only modellen van De Correspondent en Follow the Money zagen alleen het licht dankzij subsidie, zoals van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (SvdJ), dat onafhankelijk overheidssubsidie verstrekt. Deze subsidie is geen overbodige luxe. Bakker: ‘Als de markt het laat afweten en je vindt het belangrijk voor de samenleving of de democratie, dan moet de overheid het oplossen. Maar daar lijkt op dit moment weinig ruimte voor te zijn.’

In het huidige politieke klimaat staat de overheidssubsidie voor de Publieke Omroep en andere journalistieke projecten juist onder druk, terwijl die voor met name regionale journalistiek broodnodig is, denkt ook Huub Wijfjes, maar hij is pessimistisch. ‘Goede journalistiek is gewoon kostbaar; die leidt een wankel bestaan, vooral in de regio. Structurele subsidie zou helpen, maar tegelijkertijd moet je ook uitkijken. De overheid wordt steeds bemoeizuchtiger bij de Publieke Omroep en probeert invloed uit te oefenen wat op tv hoort en wat niet. De PO moet daardoor meer moeite doen om onafhankelijk te kunnen opereren dan de kranten.’ Juist deze onafhankelijkheid is de kracht van de journalistiek en moet koste wat kost worden bewaard, zegt Wijfjes. ‘Anders zijn we aan de goden overgeleverd.’
 


Talloze bezuinigingsrondes

De twee grote krantenconcerns in Nederland, het Mediahuis en DPG Media (voormalig De Persgroep) - samen goed voor 85 procent van de Nederlandse dagbladen – hebben nog een goede buffer. In de afgelopen drie jaar hadden zij een gemiddelde winstmarge van 15 à 20 procent. Dit is mede te danken aan het feit dat journalistieke arbeid goedkoper is geworden. Na de talloze bezuinigingsrondes bij bijna alle mediabedrijven is nog ongeveer 40 procent van alle journalisten in vaste dienst. Eenzelfde percentage freelancet fulltime. Het verschil in inkomen en zekerheid tussen deze twee groepen is enorm. Freelancers hebben een gemiddeld jaarinkomen van 24.300 euro; voor journalisten in vaste dienst is dat 60.000 (Bron: NVJ).

Wie freelancet, werkt meestal voor een woordtarief en dat is de afgelopen tien jaar flink gedaald. Uit onderzoek van het freelance journalistencollectief Bureau Wibaut blijkt dat het woordtarief dat kranten en tijdschriften hanteren de afgelopen jaren met een kwart achteruit is gegaan, als je ook de inflatie meerekent. ‘Ook nieuwe online initiatieven als De Correspondent en Follow The Money kunnen de malaise niet keren: hun tarieven zijn niet hoger dan die van kranten en tijdschriften,’ schrijft het collectief. Hoewel veel journalisten schande spreken van de veel te lage tarieven, zijn er altijd nog mensen die wel voor deze bedragen werken en daarmee de tarieven voor de beroepsgroep kapotmaken.

Maar ook dat denken begint te veranderen. Freelancers organiseren zich steeds vaker in collectieven, zoals eerder genoemd Bureau Wibaut of De Coöperatie, geesteskind van voormalig uitgever van De Groene Amsterdammer, Teun Gautier. Hij past ook een model uit een andere eeuw toe, maar dan op de nieuwe zzp-werkelijkheid. De Coöperatie had zich ten doel gesteld op te komen voor de freelancers en daarmee betere betaling te kunnen afdwingen. Van dat laatste is nog niet veel terechtgekomen; wel biedt de organisatie werkruimte, een verzekering en ondersteuning voor een persoonlijke website.

En freelancers beginnen zich te roeren. Begin dit jaar durfden twee freelancers hun opdrachtgever DPG Media voor het eerst voor de rechter te dagen om een eerlijkere vergoeding af te dwingen. De uitspraak begin november was baanbrekend: de rechter oordeelde dat de freelancers recht hadden op een 50 procent hogere vergoeding. Een belangrijke stap naar eerlijkere tarieven voor freelancers.

Kwaliteitsjournalistiek heeft een prijs. Deze boodschap durven de grote kranten en redacties van dit land steeds nadrukkelijker uit te dragen en ze proberen er ook online geld mee te verdienen. De journalistiek is zeker niet ten dode opgeschreven, maar is juist pluriformer en veelzijdiger dan ooit. Tijd dat de mediaconcerns er ook naar handelen en de journalisten een fatsoenlijk tarief betalen. Kwaliteitsjournalistiek zonder goede journalisten, dat bestaat namelijk niet.

Uit Maarten! 2019-4
maandag 16 december 2019

Gerelateerde artikelen

Hoe we ons kunnen bevrijden uit de greep van de sociale media

dinsdag 9 juli 2019

'Televisiekijkers denken dat het met de misdaad nog nooit zo erg was gesteld'

maandag 14 mei 2018

‘Nieuws bevuilt je wereldbeeld’

woensdag 6 december 2017

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.