Waar woont de afgehaakte Nederlander?

Door Maarten van Rossem en Bas Kromhout. Foto's door Sander Heezen.

Kiezers die op populisten stemmen, wonen opvallend vaak in Zuid-Nederland, Noordoost-Groningen en voormalige groeikernen zoals Nieuwegein en Zoetermeer. Onderzoeker Josse de Voogd heeft deze gebieden in kaart gebracht in de Atlas van afgehaakt Nederland. ‘Op het eerste gezicht zie je overal dezelfde rijtjeshuizen. Het verschil zit in subtiele dingen: de tuinen, de vensterbanken, de auto’s.’

Uit Maarten!  2022-4. Bestel losse nummers hier

Maarten: ‘Weten “afgehaakte” Nederlanders wel dat ze zijn afgehaakt?’

De Voogd: ‘Die term hebben medeonderzoeker René Cuperus en ik bedacht, geïnspireerd door het rapport van de commissie-Remkes over de parlementaire democratie uit 2018. Een groot deel van de Nederlandse bevolking ziet zijn belangen niet vertegenwoordigd in de politiek en verliest het vertrouwen in het systeem.’

Maarten: ‘Ben je afgehaakt als je op populistische partijen stemt, of als je sociaal-economisch achterop bent geraakt?’

De Voogd: ‘Allebei. Want die dingen overlappen vaak. Typische buitenstaanderpartijen zoals de PVV, Forum en SP trekken kiezers die veel bezorgder zijn over hun eigen toekomst dan gevestigde partijen zoals VVD, CDA, D66, PvdA en GroenLinks. Maar deze laatste partijen zitten in de instituties, leveren burgemeesters en vormen kabinetten.’

Maarten: ‘De echte onderkant is in Nederland toch betrekkelijk klein?’

De Voogd: ‘Een grote middengroep voelt zich eveneens beklemd. Ze heeft het idee dat de bovenlaag goed voor zichzelf zorgt en dat de onderkant eigenlijk ook beter wordt verzorgd dan zij. Dat is deels een kwestie van inkomen, maar ook van geluk of pech. Ben je op het goede moment aan een huis gekomen? Kreeg je financiële hulp van je ouders? In mijn eigen woonplaats is er frustratie over de krapte op de huizenmarkt. De koophuizen worden opgekocht door rijke mensen uit de stad, en de huurwoningen gaan voor een groot deel naar statushouders en andere urgentiegevallen. Je komt er met een lager middeninkomen niet meer tussen. In die lagere middengroep zitten de meeste kiezers van populistische partijen.’

Maarten: ‘Maar op de PvdA en GroenLinks stemmen ook bovengemiddeld veel mensen met een laag inkomen.’

De Voogd: ‘Dat komt doordat zij specifieke groepen aantrekken. De PvdA hangt eigenlijk alleen nog samen met een hogere leeftijd. Op GroenLinks stemmen veel hoogopgeleide jonge mensen die nog aan het begin van hun inkomensladder staan en daardoor wél optimistisch naar de toekomst kijken. Mensen in de media en op universiteiten hebben vaak precaire contracten, maar ze bepalen wel mee waar het debat over gaat. Zij hebben grip. Maar als je laaggeletterd bent, snap je helemaal niks van het systeem en vis je vaker achter het net bij allerlei mogelijkheden die er zijn. Daardoor kan bijvoorbeeld een praktisch opgeleide die beter verdient dan een academicus zich toch meer buitengesloten voelen.

Je moet dus ook kijken naar andere variabelen. Een belangrijke indicator voor stemgedrag is iemands gezondheidsbeleving. De PVV-stem overlapt met een slechte gezondheid, hoog medicijngebruik en obesitas. Dat hangt deels samen met een laag inkomen en een lage opleiding, maar ook met sociale cohesie. Op plekken in Nederland waar de cohesie hoog is, is minder eenzaamheid en hebben mensen gemiddeld meer vertrouwen in de samenleving. Daar zijn ook meer vrijwilligersorganisaties, die een soort sociaal vangnet bieden als de overheid tekortschiet.’

‘De PVV-stem overlapt met een slechte gezondheid en obesitas’

Maarten: ‘Waar woont de afgehaakte Nederlander?’

De Voogd: ‘Eigenlijk overal. In heel succesvolle steden heb je ook “buitenstaandergebied” en in de periferie heb je booming stukken, zoals Nijmegen, Middelburg en Groningen. Binnen elke provincie en elke stad zie je dezelfde tegenstelling. Overal vind je hetzelfde type wijken.’

Maarten: ‘Ik had eens een Amerikaan op bezoek die de achterbuurten van Utrecht wilde zien. Die nam ik mee naar de minder attractieve delen van Overvecht. Hij zei: “Als dit de achterbuurten zijn, dan is er niks mis in Nederland.”’

De Voogd: ‘Op het eerste gezicht zie je overal dezelfde rijtjeshuizen. Het verschil zit in subtielere dingen: hoe liggen de tuinen erbij, hoe zien de vensterbanken eruit, wat voor auto’s staan er voor de deur? En we hebben dan geen krottenwijken, maar de vakantieparken op de Veluwe zitten vol met gescheiden vaders en arbeidsmigranten. Ik was onlangs in Rotterdam-Zuid; daar blijken tuinschuurtjes stiekem woningen voor arbeidsmigranten. Zij leggen er matrassen in. Dat zie je niet als je overdag door de straten loopt.’

Maarten: ‘Zijn er regionale concentraties van afgehaakten aan te wijzen?’

De Voogd: ‘Zuid-Nederland, en dan vooral West-Brabant, valt op. De bevolking daar is eigenlijk te boos, stemt te weinig en is te ongezond in verhouding tot inkomen en opleiding. Ook de Limburgse regio Parkstad is vrij dramatisch. Er wonen 250.000 mensen. Zuid-Limburg wordt vaak geïdealiseerd en het heuvelland ziet er leuk uit, maar de gemiddelde Limburger woont in Geleen, Heerlen of Roermond. En niet in de fraaie binnenstad van Maastricht, want die zit vol import uit Holland, maar daarbuiten in grauwe, donkere buurten. Het contrast met het midden en noordoosten van Nederland is groot. Daar hebben mensen gemiddeld dezelfde inkomens en hetzelfde opleidingsniveau als in het zuiden, maar ze voelen zich gezonder, doen meer vrijwilligerswerk en hebben meer vertrouwen in elkaar en de overheid.’

‘Zuid-Nederland, en dan vooral West-Brabant, valt op. De bevolking daar is eigenlijk te boos, stemt te weinig en is te ongezond in verhouding tot inkomen en opleiding.’

Maarten: ‘Hoe verklaar je het verschil?’

De Voogd: ‘Brabant was ooit trots op zijn industrieën, maar daar is veel van verdwenen. Nu komen er steeds meer van die distributiecentra, waar mensen werken onder precaire contracten. Zij zijn de verliezers van de globalisering. De lagere middenklasse is gedegradeerd, ook in sociale status. Nederland is een kennissamenleving geworden. Daar komt bij dat de ontkerkelijking in het katholieke zuiden een groter gat heeft achtergelaten dan in het protestantse noorden. De samenleving was hiërarchisch, met de pastoor die alles controleerde, maar ook het sociale leven invulde. Dat is samen met de kerk ingestort. In protestantse gebieden is er een sterkere verenigingencultuur. Waar kerken nog bloeien, in de Biblebelt, zijn vrijwilligers actief. Maar ook in Noord-Nederland zijn er regio’s waar relatief veel afgehaakten wonen, met name de veenkoloniën van Groningen en Drenthe.

In West-Nederland vind je hoge concentraties in voormalige groeikernen zoals Zoetermeer, Nieuwegein, Spijkenisse, Purmerend en Almere. Die plekken trokken vroeger de hogere middenklasse, maar nu minder. Mensen met geld en keuzevrijheid kiezen óf voor oudbouw – karakteristieke binnensteden of dorpskernen – óf voor nieuwbouw met alles erop en eraan. Huizen die zijn gebouwd tussen 1950 en 1990 zijn minder populair, dus daar woont nu de lagere middenklasse. En die stemt relatief vaak op buitenstaanderpartijen.’

Maarten: ‘Wat me opvalt: jij concludeert niet dat er een kloof is tussen stad en platteland. Dat suggereren de media wel.’

De Voogd: ‘Nee, het is veel complexer. Want kijk je naar Zuid-Nederland, dan woont de afgehaakte groep vooral in middelgrote plaatsen. Wel is de kans groot dat veel boeren nu ook afhaken. Het is opvallend dat het noorden en oosten het gebied is waar veel omgekeerde vlaggen hangen.’

Maarten: ‘Wacht nou eens even, die boeren zijn rijk! Als ze uitgekocht zouden worden, brengt zo’n bedrijf moeiteloos 2,5 miljoen euro op.’

De Voogd: ‘Dat zal per geval verschillen. Gezien hun achtergrond stemden ze voorheen zelden op buitenstaanderpartijen. Maar nu hebben veel boeren het idee dat ze worden weggeschreven uit de toekomst van het land. Zij zijn beter in staat zich te organiseren dan die oudere afgehaakte groepen, waarvan een deel zich daarom bij de boerenbeweging aansluit. Dan zie je in het nieuws een interview met een persoon die op een viaduct met een omgekeerde vlag staat te zwaaien: “Waarom staat u hier?” – “Vanwege de toeslagenaffaire.”’

Maarten: ‘Ik zou zeggen: als je je zorgen maakt, stem dan juist niet op buitenstaanderpartijen. Want dan weet je zeker dat het een weggegooide stem is.’

De Voogd: ‘‘Ik krijg vaak de vraag waarom afgehaakte mensen tegen hun eigen belang in stemmen. Ik denk dat ze er zelf ook weinig van verwachten. Maar het is tenminste fijn om je boosheid op de elite te uiten.’

Maarten: ‘De “elite” is een magisch begrip. Er bestaat geen samenhangende elite.’

De Voogd: ‘We hebben in Nederland een economisch rechtse elite en een cultureel linkse elite. Zet die samen aan een onderhandelingstafel en je krijgt progressief rechts beleid. Dat betekent dat links zijn zin krijgt op cultureel terrein en rechts op economisch terrein. Terwijl de samenleving gemiddeld genomen de andere kant op wil. Die wil economisch linkser en cultureel conservatiever beleid.’

Maarten: ‘Dat blijkt niet uit opiniepeilingen. De opvattingen van de gemiddelde Nederlander over homoseksualiteit en gendertransitie zijn de afgelopen veertig jaar progressiever geworden.’

De Voogd‘Die ontwikkeling gaat wel door, maar ik denk dat het bij de elite nog harder gaat. En het loopt vooral uiteen bij het thema migratie, vanwege de krapte op de huizenmarkt. Die is ontstaan doordat de woningbouw is achter – gebleven bij de bevolkingsgroei, maar mensen zien dat schaarse huurwoningen deels naar status – houders gaan en koopwoningen naar rijke expats.

Deze ontwikkeling wordt aangejaagd door de verengelsing van universiteiten, wat typisch zo’n uitkomst van progressief rechts beleid is. De grote bedrijven willen verengelsen om kenniswerkers uit het buitenland aan te trekken, en de linkse partijen steunen dat, want anders ben je nationalistisch en dat mag niet. Nederlandse studenten uit Emmen of Etten-Leur zijn de dupe. Zij worden uitgeloot, kunnen geen kamer vinden, of hebben moeite met het Engels. Het universitair onderwijs sluit ook steeds minder goed aan bij de Nederlandse behoeftes, want de docenten gebruiken bij voorkeur Amerikaanse voorbeelden in hun colleges. Intussen worden universiteitssteden een soort internationale Engelstalige enclaves die met hun rug naar de samenleving staan.’

Maarten: ‘Amerikaanse universiteitssteden zijn ook progressieve eilanden in een oceaan van conservatisme.’

De Voogd: ‘Ik heb het internationaal vergeleken, en overal zie je dezelfde trend. In Zweden bijvoorbeeld was het platteland altijd wat linkser en de steden wat rechtser, maar ook daar stemmen stedelingen nu vaker op progressieve partijen en gaan plattelanders richting het rechts-populisme. In de VS gaan de rijkere suburbs van Republikeins naar Democratisch en het Democratische platteland wordt Republikeins. Overal komt de tegenstelling centrum-periferie in de plaats van de oude links-rechtstegenstelling.’

Maarten: ‘Wordt dan toch bewaarheid wat populisten zeggen: dat er een mondiale elite is die zijn wil oplegt aan de rest van de bevolking?’

De Voogd: ‘Populisten maken er een complot van. De werkelijkheid is veel te chaotisch voor dat soort complotten. Ik denk dat we eerder op weg zijn naar een samenleving waarin 40 procent goed meekomt en 60 procent achterblijft. De helft van de leerlingen zit inmiddels op havo/vwo. Die weten prima hun weg te vinden, maar kijken een beetje neer op de rest. Ik zie het niet gauw gelijker worden en beter voor die onderste helft. Ik denk dat de afgelopen decennia een positieve uitzondering zijn geweest.’

‘Overal komt de tegenstelling centrum-periferie in de plaats van de oude links-rechtstegenstelling.’

Maarten: ‘Het hoger onderwijs was na 1945 een enorme emancipator. Een clever kind uit de lagere standen kon gaan studeren. Maar minder clevere kinderen bleven achter, en zo hebben we een nieuwe klassenmaatschappij geschapen.’

De Voogd: ‘Zolang er een goed werkende verzorgingsstaat was, konden ook die kinderen een redelijk leven leiden. Maar ze leggen het af als ze met de hele wereld moeten concurreren. Het is deels een mondiaal verhaal. De econoom Branko Milanović heeft in een grafiek laten zien hoe groot de welvaartsgroei is op een schaal van arm naar rijk. Dan krijg je een soort olifant te zien. Helemaal links staan de bewoners van een paar ontwikkelingslanden waar nauwelijks groei is. Dan komt er een grote bult: het “lijf ” van de olifant. Dat zijn de landen zoals India en China, waar miljoenen mensen de afgelopen decennia uit de acute armoede zijn getild. Helemaal rechts is er een grote piek of “slurf ”: de rijksten op aarde, die heel snel nog rijker worden. Daartussenin zit een dal in de grafiek; dat is de middenklasse in het Westen. Zij gaan er gemiddeld het minst op vooruit.’

Maarten: ‘Je zou dit terechte nivellering kunnen noemen. Die westerlingen hebben het al goed.’

De Voogd: ‘Het zou inderdaad rechtvaardig zijn, mits die slurf omhoog er niet zou zijn. Die bovenkant gaat er echter wél nog steeds op vooruit. Dat maakt het cru voor de middenklasse.’

Maarten: ‘Waarom komen buitenstaanderpartijen niet een keer met een serieus programma? Want ze beginnen altijd over Nexit en kopvoddentaks en andere waanzin, waarmee ze zichzelf politiek buitenspel zetten.’

De Voogd: ‘Het is een beetje een wisselwerking. De media vinden die uitersten interessant. Partijen maken elkaar ook groot door zich wederzijds te profileren. Tussenliggende partijen die iets constructiever zijn, komen er eigenlijk niet door. En ook zij worden door het establishment niet echt gepruimd, waardoor kiezers denken dat ze net zo goed op de extremere varianten kunnen stemmen.’

Maarten: ‘Kun je een voorbeeld geven van een gematigde buitenstaanderpartij?’

De Voogd: ‘Bijvoorbeeld de SP. Ik denk dat zij met hun standpunten een heel groot deel van de Nederlanders vertegenwoordigen. Maar ze zijn voor boze kiezers te gematigd en voor het establishment al te radicaal. Waardoor ze eigenlijk tussen wal en schip vallen.’

Maarten: ‘De zwakte van de SP is haar anti-Europa-standpunt. Als ze daaraan vasthoudt, is elke formatieonderhandeling voor die partij kansloos.’

De Voogd: ‘D66 had de SP al bij voorbaat uitgesloten wegens het Europa-standpunt. Als kiezer zou ik dan concluderen dat een stem op de SP eigenlijk geen zin heeft. Dan kun je net zo goed stemmen op een nog radicalere tegenpartij die niet eens de ambitie heeft te regeren.’

‘Ik zie de ChristenUnie als een partij die de boel kan lijmen. Een partij met een sterk democratisch besef en weinig politieke spelletjes.’

Maarten: ‘CDA en VVD nemen soms populistische standpunten over om de afgehaakte kiezer terug te winnen. Trapt die daarin?’

De Voogd: ‘Nee, die heeft wel door hoe selectief dat is. Af en toe even wat roepen, een beetje bashen richting statushouders. Maar intussen gaat de immigratie van goedkope arbeidskrachten gewoon door. En geen van die partijen komt de afgehaakte groep op sociaal-economisch vlak tegemoet.’

Maarten: ‘De SP biedt wel die combinatie van economisch progressief en cultureel conservatief waarvan jij zegt dat de gemiddelde kiezer die zoekt.’

De Voogd: ‘De partij is economisch weer iets té links. De SP heeft iets te veel associatie met de onderkant en daar willen mensen in de middenklasse niet bij horen. Die willen wel een correctie naar links, maar zijn niet antikapitalistisch. Ze hebben een mentaliteit van hard werken, niet frauderen en niet de hand ophouden. De SP zou iets meer gericht moeten zijn op werkende mensen. Dat is al iets verschoven, de partij agendeert nu steeds vaker het werkende “precariaat”. Vroeger richtte ze zich heel sterk op de mensen met vaste contracten en AOW’ers, die vergeleken met dat precariaat eigenlijk best geprivilegieerd zijn.’

Maarten: ‘En nieuwe partijen zoals DENK, BBB, BIJ1 en JA21, zijn zij aantrekkelijk voor afgehaakte kiezers?’

De Voogd: ‘Ik vind het allemaal twijfelgevallen. Onder de achterban van DENK zie je wel veel werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en eenzaamheid. De BBB is politiek een outsider, maar daar zit wel veel agrarisch geld achter. BIJ1 is erg Amsterdams en heeft nauwe relaties met culturele instellingen en universiteiten. JA21 bedient wel de hoek van de afgehaakten, maar daar zit ook bestuurservaring. Joost Eerdmans was jarenlang wethouder in Rotterdam. Deze partijen zijn net iets meer buitenstaand dan gevestigd, maar ze zitten op de wip. Intussen zie je de SGP de omgekeerde route maken, van het gevestigde naar het buitenstaanderskamp. Dat heeft deels te maken met de vaccinatiekwestie, waardoor zeer orthodoxe protestanten zich geïsoleerder voelen staan in de samenleving. De SGP wordt conservatiever, terwijl de ChristenUnie progressiever wordt.’

‘Witte kansrijke mensen willen dat instanties minder wit worden. Maar wie moet er weg?’

Maarten: ‘Hoort de ChristenUnie bij de gevestigden of toch ook bij de buitenstaanders?’

De Voogd: ‘Iets meer bij de gevestigden dan bij de buitenstaanders. Hun basis is heel breed als je kijkt naar inkomen, opleiding en spreiding tussen stad en platteland. Met geloof als bindende factor. Ik zie de CU als een partij die de boel kan lijmen. Een partij met een sterk democratisch besef en weinig politieke spelletjes. Ze zit wat minder in die  verontwaardigingsmodus waarin D66 en GroenLinks altijd schieten. Gertjan Segers gaf aan dat hij liever een humaner asielbeleid zou willen, maar dat hij zich ervan bewust is dat er 80 Kamerleden zijn die een strenger asielbeleid willen. Dan snap je hoe het werkt.’

Maarten: ‘Stel dat je zelf een nieuwe partij opricht. Met welk programma zou je dan de afgehaakte middenklasse weer perspectief bieden?’

De Voogd: ‘Ik zou kijken hoever je die groep tegemoet kunt komen zonder in lelijk racistisch vaarwater te verzeilen. De huidige bevolkingsgroei is het gevolg van immigratie. Die zorgt voor veel economische dynamiek, maar het lagere midden profiteert daar niet van. Krimpgebieden zijn er amper meer in Nederland. Nu is het meer de overdruk in sommige gebieden die de lagere middenklasse wegduwt. Ik denk dat je de internationalisering van de universiteiten best kunt afremmen zonder een heel erg anti-buitenlandstandpunt. Ik was altijd tegen referenda. maar vanwege die verengelsing twijfel ik. Want die wordt bekokstoofd terwijl de samenleving er niet aan wil. In een referendum zouden de voorstanders nog geen 20 procent halen, denk ik.’

Maarten: ‘En verder?’

De Voogd: ‘Je ziet de kloof groter worden rond een aantal idealistische thema’s. Bijvoorbeeld diversiteit. Witte kansrijke mensen vinden dat instanties minder wit moeten worden. Maar wie moeten er plaatsmaken? Vooral de minder kansrijke witte mensen. Want we kijken alleen naar gender en huidskleur, niet naar klasse en gezondheid. Rond het klimaat ontstaat nu ook zo’n tegenstelling. De bovenkant kan nog even snel een Tesla aanschaffen en zijn huis verduurzamen; de rest mag alleen maar meer gaan betalen voor alles. Wat de bovenkant wel prima vindt, want dat stimuleert tot duurzaamheid. Het komt door die links-rechtsalliantie dat zulke thema’s wel worden opgepakt, maar zonder herverdeling. Het beleid pakt denivellerend uit.

Maarten: ‘Zou je ervoor pleiten de sociale vangnetten te herstellen?’

De Voogd: ‘Deels wel. En de overheid moet ook eerlijk zijn. Mede door de vergrijzing wordt er natuurlijk steeds meer een beroep gedaan op allerlei voorzieningen. Hoewel voorzieningen zijn uitgekleed leggen ze een even groot beslag op de overheidsuitgaven als voorheen. Dus het is niet allemaal oplosbaar. Maar de overheid heeft heel lang de illusie hooggehouden dat het in Nederland goed geregeld is, terwijl dat op veel terreinen niet meer het geval is. De voorzieningen zijn snel aan het verkruimelen. En dat wekt woede. Dat er specifiek groepen zijn die wel worden geholpen, zoals statushouders, daar worden mensen dan woest over. De bovenkant denkt: we gaan de onderkant op hetzelfde niveau brengen als de middengroep, maar heeft niet door dat die middengroep intussen ook in het nauw zit. Als er woningen zat waren, wie zou er dan wakker van liggen dat er een paar naar statushouders gaan?’

Kader

Atlas van afgehaakt Nederland van Josse de Voogd en René Cuperus is verschenen in december 2021 met financiering van het rijk. Het is gratis te downloaden via de online Kennisbank Openbaar Bestuur.

Reacties

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen

‘De obesitasgolf gaat ons overspoelen’

De vrije val van het CDA

Maarten over de ruïnes van Rutte

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.