Boeddha op de vensterbank
Gepubliceerd op:
Door Philip Dröge
Tussen de lavendelpotten en de tuinkabouters haal je bij Intratuin een boeddha voor 45 euro. Zo’n betonnen beeld heeft weinig meer te maken met de man die onder een boom verlichting vond. Maar ook vóór het Westen hem omarmde, heeft de Boeddha al vele interpretaties ondergaan.
Uit Maarten! 2026-1. Bestel losse nummers hier of word abonnee
Respectvol druk ik mezelf tegen de zijwand van de Hian Tiang Keong-tempel in het Maleisische Malakka. Ik ben te gast in dit Chinees-boeddhistische heiligdom en wil me niet opdringen, vooral niet omdat een ritueel op het punt staat te beginnen.
Een jongen van een jaar of zestien slaat een ritme op een trommel. Een man in een groen jasje loopt plechtig naar een bankje dat centraal in de tempel is opgesteld. Er walmt overvloedig wierook naast. De man ademt diep, als wil hij de geurstoffen inhaleren tot hij zelf verandert in damp. Dan begint hij te zingen; een mantra, een melodie die zichzelf opslokt en weer uitspuugt. Om hem heen zitten Chinese mannen en vrouwen op twee lange banken en kijken vol concentratie naar de heen en weer wiegende voorganger in hun midden.
Een derde van de huishoudens heeft een beeld of afbeelding van Boeddha
Die beweegt wilder en wilder op het ritme, schreeuwt na een tijdje zijn mantra’s bijna uit. Ook de trommelaar zet de turbo aan; het ritueel nadert onvermijdelijk een apotheose. Na een gil van de priester in groen houdt het tamboeren ineens op. De mensen op de twee banken dringen zich met kracht naar hem toe en duwen dunne stukjes papier onder zijn neus. De priester lijkt helemaal van de wereld, maar krabbelt toch razendsnel cijfers en karakters op de papiertjes en geeft ze terug. De ontvangers kijken naar wat er staat geschreven en haasten zich gelijk naar buiten, waar aan de straat een oventje is gebouwd. Ze gooien de briefjes in de vlammen en zien de antwoorden in rook opgaan.
Wat stond er op de briefjes? Boodschappen van de Boeddha? Heilige teksten uit een andere dimensie? Spirituele lessen die je alleen in je geheugen mag bewaren? Ik kan mezelf niet inhouden en vraag het een Chinese man naast me.
‘Het kan van alles zijn,’ zegt hij. ‘Of een zakenpartner betrouwbaar is, de beste dag om te trouwen of de kleur van je nieuwe auto. Je stelt de vraag in je hoofd tijdens het trommelen en dan geeft hij het antwoord. Maar het meest vragen mensen toch naar de lottogetallen van de komende trekking. Deze tempel heeft een hoog slagingspercentage als het om voorspellingen over gokken gaat.’
Daar sta ik dan, een Europeaan met beleefdheid als wapen en aannames als bagage. Ik ben verbaasd; niet over hun geloof, maar over mijn eigen gebrek aan verbeelding. Mijn idee van boeddhisme lijkt nog het meest op een zorgvuldig samengestelde ansichtkaart: serene stilte, gebogen hoofden, een zacht gongetje op de achtergrond. Het boeddhisme van het wellnesscentrum en het yogamatje.

Een tuincentrum biedt een groot assortiment Boeddhabeelden te koop aan. Zaanstad, 1 juli 2021.
Want natuurlijk heb ik een verwachtingspatroon; Boeddha is overal – niet alleen in Azië en in oosterse migrantengemeenschappen over de hele wereld. Volgens een onderzoek uit 2016 van het Tropenmuseum, nu het Wereldmuseum, staat in een derde van de Nederlandse huishoudens een beeld of afbeelding van Boeddha. Meegenomen van een reis door Thailand of hier gekocht; veel interieurwinkels hebben een ruim assortiment. Bij Intratuin haal je er een vanaf 45 euro, met zijn glimlach van eeuwige kalmte, ergens tussen de lavendelpotten en de tuinkabouters.
Volgens het Meertens Instituut geeft zo’n beeld zijn eigenaren een uitstraling van cultureel kosmopolitisme en balans. De bewoners zijn spiritueel, zegt het beeld volgens vele onderzoeken naar dit fenomeen, maar niet benepen religieus. Een icoon van verlichting dat is gereduceerd tot ornament; een serene god van de consumptie. Misschien is dat precies wat Boeddha altijd al was: een spiegel. Niet van zijn leer, maar van onze verlangens. Maar wie was hij echt, en: klopt het westerse beeld van de Boeddha?
De enige echte
Boeddha is geen naam, het is een titel: ‘de ontwaakte’. Die is blijven kleven aan een prins uit het huidige India, Siddhartha Gautama. Hij had, zo gaat het verhaal, in de vijfde eeuw voor onze jaartelling een zijdezacht leven in het paleis van zijn vader, afgeschermd van alle lijden. Maar al die rijkdom en comfort vulden hem niet, hij wilde het wezen van het bestaan begrijpen. Eerst zocht Siddhartha antwoorden bij wijze mannen in het bos. Daarna ging hij onder een boom zitten, tot hij door concentratie en meditatie zou weten hoe het is om te zijn.
Het werkte. Hij zag in dat lijden onvermijdelijk was, dat dat kwam door begeerte en dat je het kon beëindigen door je eraan te onttrekken. Dat is het boeddhisme in een notendop: het loslaten van de menselijke neiging om alles vast te willen houden – inclusief het leven zelf. Dit maakt het boeddhisme ook zo afwijkend van de andere grote geloven: het wil je niets verkopen. Geen hemel, geen oordeel, geen almachtige vaderfiguur. Alleen een kalm hoofd en een hart dat weet wanneer het genoeg is. Aanvankelijk wilden alleen een paar volgelingen luisteren, later bekeerden ook koningen zich tot deze leer.

Boeddha’s flankeren de ingang van strandtent Peukie in Scheveningen, die is afgezet vanwege de corona-epidemie, 31 maart 2020.
Is het echt zo gegaan? Laten we eerlijk zijn: de meeste figuren in oude religies zijn net als romanpersonages, vaak gebaseerd op iemand, maar zwaar geredigeerd door de menselijke neiging tot mythevorming en de tijd. We hebben geen afbeeldingen van Siddhartha door tijdgenoten, geen verslagen, geen betrouwbare dagboeken. Wat we wél hebben zijn verhalen, mondeling doorgegeven, herschreven en beïnvloed door poëzie en politiek. Wie een ware leer probeert te ontdekken, loopt dus vast in dezelfde menselijke controledrift die Boeddha probeerde af te schudden.
Na zijn dood werden zijn woorden meer dan vier eeuwen lang gereciteerd, herhaald en gezongen door een groeiende groep aanhangers. Zonder papier en inkt was de mond het medium, waren de hersens het archief. Ook daarin week het boeddhisme af van andere grote godsdiensten. Pas vlak voor het begin van onze jaartelling begonnen volgelingen van Boeddha zich zorgen te maken dat de woorden van de ontwaakte zouden kunnen verdwijnen door de feilbaarheid van het menselijk geheugen. In het huidige Sri Lanka werden de teksten eindelijk opgeschreven door monniken.
Zij noemden de tekst in hun eigen taal de ‘drie manden’, één mand vol regeltjes voor monniken, één mand vol toespraken door Boeddha en een select groepje volgelingen, en één mand vol theorie over de menselijke geest en materie.
Aziaten zagen dat je die malle Europeanen van alles kon aansmeren
Westerlingen die denken er instant verlichting door te bereiken, raken nogal eens gefrustreerd. De tekst kan alleen een handleiding zijn als je er een zeer serieuze studie van maakt. Met name de spirituele symboliek is moeilijk te doorzien voor de leek. Je hebt discipline nodig om die te volgen, en een gevoel voor tragikomische schoonheid om haar te lezen zonder in slaap te vallen. Een voorbeeld: ‘Gedachten gaan vooraf aan alle dingen; gedachten zijn meesterlijk, gedachten vormen wat wij doen. Als iemand spreekt of handelt met een verdorven geest, volgt lijden zoals het wiel het rund volgt dat het trekt.’
Deze Pali Canon is een verzameling van wat Boeddha mogelijk heeft gezegd, waarschijnlijk heeft bedoeld en wat gedurende vier eeuwen vrijwel zeker verkeerd is begrepen. Maar is ‘van horen zeggen’ niet de hoeksteen van ieder geloof? De teksten zijn opgeschreven in Pali, een oude variant van Sanskriet – niet de taal van koningen of priesters, maar van gewone mensen. Dat zegt veel: Boeddha sprak niet tot macht, maar tot de mens.
Het bestaan van de Canon is natuurlijk wel ironisch. Een leer die zegt dat alles vergankelijk is, probeerde zichzelf te redden door onveranderlijk te worden; door woorden te kerven in palmbladeren. Zoals met alle heilige teksten gebeurde daarna wat altijd gebeurt zodra iets op schrift staat: mensen willen de woorden beheren. De Pali Canon werd van een levend gesprek tot een bibliotheek met regels; adem veranderde in administratie.
De monniken van Sri Lanka beschouwden hun versie als de enige echte opname van de Boeddha’s stem. En zoals dat gaat met de enige echte: andere scholen dachten daar precies hetzelfde over. Er ontstonden varianten, toevoegingen, vertalingen, interpretaties. Boeddha had misschien het lijden willen beëindigen, maar zijn nalatenschap veroorzaakte onmiddellijk een discussie over wat hij precies bedoelde.
De Canon reisde per boot, per ezel, per missionaire overtuiging van regio naar regio. In het huidige Birma werden de woorden versierd, in Thailand gememoriseerd, in Laos vereerd. Hoe verder hij reisde, hoe meer de woorden veranderden. In China en Japan mengden volgelingen de Canon met eigen tradities als voorouderverering, waarzeggerij en vormgeving. Er kwamen nieuwe geschriften, gebaseerd op de leer: de Mahayana, de Lotus-sutra’s, het Avatamsaka, een complete literatuur van compassie, kosmos en metafysische poëzie. Maar de grootste verandering moest nog komen.

Voor in de tuin: beelden van honden, konijnen en Boeddha. Utrecht, 19 december 2007.
Protestant met wierook
Tijdens de verovering van Azië in de negentiende eeuw ‘ontdekten’ Britse ambtenaren en Duitse filologen de Pali Canon. Ze waren verbaasd dat er een geloof bestond zonder hemel en hel, zonder God of zelfs maar een paus. Er kwam een proces op gang van vertalen, hertalen en linguïstisch falen. Woorden die waren bedoeld om het ik af te breken, kregen een nieuwe lading die mensen juist moest aanzetten tot het perfectioneren van hun ego. De huidige betonnen Boeddhabeelden in het tuincentrum staan in een lange traditie van dwaling en misverstand.
Boeddha kreeg rollen die hij nooit had gehad. Die van therapeut en brenger van verlichting bij overwerkte westerlingen. De oorspronkelijke leer verwerd tot iconografie. Gretig geholpen door Aziaten die zagen dat je die malle Europeanen van alles kon aansmeren als je het woord ‘spiritueel’ maar in de mond nam. De Ontwaakte werd een exportproduct, geholpen door migratie van Aziaten richting Europa en de Nieuwe Wereld.
In een Birmese variant van het boeddhisme zijn vrouwen lager dan honden
Dat westerlingen er vaak niets van begrepen, maakte het mysterie en daarmee de aantrekkingskracht alleen maar groter. Vooral toen de Boeddha deel ging uitmaken van de westerse literaire canon. De roman Siddhartha van de Duitse auteur Hermann Hesse is het verhaal van een man die alles doet wat de Boeddha deed, behalve zijn begeerte afschudden. Hij is het prototype van de Europeaan die zijn eigen verlichting probeert te projecteren op een exotische achtergrond, zoals influencers die een selfie maken terwijl ze een vrksasana uitvoeren.
Hesses Siddhartha is geen Indiër, hij is een Duitser in een verkleedjurk, een protestant met wierook. Zijn zoektocht is niet oosters, maar diep westers: de honger om speciaal te zijn, zelfs in nederigheid. Het gaat niet over Boeddha, of India, of verlichting. Het gaat over het verlangen om niet meer te verlangen. Dit heeft generaties scholieren met een leeslijst beïnvloed.
Met de komst van massatoerisme en betere reismogelijkheden was het hek helemaal van de dam. Westerse toeristen in boeddhistische landen raakten bedwelmd door de mystiek die zo zorgvuldig uit het moderne christendom is verdreven. De oranje of witte gewaden van de gelovigen, de tempels vol geprevelde gebeden en wierook – het is ook visueel heel aantrekkelijk, perfect voor vakantiefoto’s.

Westerse toeristen in een boeddhistische tempel in Cambodja, 22 februari 2018.
Tot die Birmese monnik uitlegt dat in zijn variant van het boeddhisme vrouwen lager zijn dan honden. Of je in Japan ziet dat het nihilisme van Boeddha is veranderd in een maniakale toewijding aan vorm, orde en leegte – met de grindtuin van Kyoto als meest extreme uiting. Wat leidt tot de conclusie dat hét boeddhisme dus sowieso niet bestaat – al zal iedere volgeling dat natuurlijk anders zien.
Ieder volk, iedere regio heeft zijn eigen invulling gegeven. Ook westerlingen. Alleen in India en Sri Lanka zitten nog steeds monniken onder een boom de oude teksten eindeloos te citeren, zoals de traditie was totdat de Pali Canon lang geleden ontstond. De rest is afgeleid, in de remix gegaan, verbogen, geïnterpreteerd en aangepast aan de plaatselijke smaak.
Zodat ze in Maleisië zelfs geloven dat je er de lotto mee kunt winnen.