Maarten en Sis van Rossem over één van hun ergernissen: het verkeer

Maarten en Sis van Rossem over één van hun ergernissen: het verkeer

DOOR BAS KROMHOUT

donderdag 12 april 2018
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Fileleed, parkeerproblemen, wegpiraterij: de stressfactoren in het verkeer zijn bijna niet te overzien. Dagelijks baant een groot aantal Nederlanders zich zwetend en vloekend een weg door de asfaltjungle. In de reeks ergernissen van Maarten, Sis en Vincent van Rossem dit keer: het verkeer. Vincent was afwezig door ziekte.

Uit Maarten! 2011-3

Meter

Sis komt verhit binnen. Ze heeft een kwartier moeten hannesen met een parkeermeter.

S: ‘Om zo’n ding te snappen moet je Nobelprijswinnaar zijn. Het schermpje is onleesbaar en er zijn overal gleuven.’
M: ‘Parkeermeters zijn staaltjes van de meest mensonvriendelijke technologie die ooit is ontwikkeld. Bovendien heeft elke gemeente een eigen type. Bij de ene meter kun je niet met muntgeld betalen, bij de andere alleen met de chipknip. Als de meter kapot is en je meldt dat niet met je mobiele telefoon – die ik niet heb –, dan kun je toch een parkeerbon krijgen.’
S: ‘Maar goed, na veel gedoe heb ik zowaar een ticket aan deze parkeermeter weten te ontfutselen.’
M: ‘Ik laat dikwijls mijn auto zonder ticket staan. Dat scheelt een hoop frustratie.’

130 kM/U

M: ‘Het aantal verkeersdoden per gereden kilometer ligt in België twee keer hoger dan in Nederland. Hier is dat cijfer de laatste jaren aanzienlijk gedaald.’
S: ‘Dat komt door de sterkere alcoholcontrole. Even eerlijk zijn: ik reed vroeger na een feestje ook stomdronken naar huis.’

M: ‘Ook zijn de Nederlandse wegen van een redelijke conditie. Alleen, er staan veel te veel borden. De snelheidsmarkering is een chaos. Binnen twintig kilometer worden soms vier snelheden aangegeven. Je weet nooit wat je rijden moet. Ik wil bekennen dat ook ik soms te hard rijdt. Daar krijg ik zeker zes keer per jaar een boete voor.’
S: ‘Ik krijg alleen boetes voor fout parkeren. Ik durf niet hard te rijden.’

Machogedrag in het verkeer heeft met potentieproblemen te maken

M: ‘Je kunt om halfeen ’s nachts op een stil stuk weg tussen Zwolle en Harderwijk best het pedaal intrappen. Het is onzin dat je daarvoor wordt bekeurd. Toch irriteert mij het kabinetsvoorstel om de maximumsnelheid te verhogen naar 130 kilometer per uur. Dat is een goedkope maatregel, slechts genomen opdat rechts Nederland zijn vingers kan aflikken. Al die maatregelen van het kabinet-Rutte bezitten vooral een hoge symboolwaarde en hebben met echt beleid weinig van doen. Ik zou zeggen bekeur flexibel. Houd rekening met de drukte op de weg en de weersomstandigheden. Op een prachtige maanverlichte nacht in de zomer zie ik er niet zoveel kwaad in om harder te rijden dan 120, maar als het stortregent en het is druk, moet je het vooral niet doen.’

S: ‘Ik vind autorijden steeds linker worden. Ik word een oud mens, hè?’
M: ‘Daar heb ik nog geen last van. Maar ik zie wel gebeuren dat ik over tien jaar niet meer graag in de auto stap. Mijn vrouw Winnie laat zich in haar eigen auto rijden door studenten, die ze huurt bij een bureautje. Die jongens rijden heel rustig.’
S: ‘Ik vind dat een hartstikke handig systeem. Zo’n jongen rijdt je naar Schiphol en zet je auto weer bij je thuis voor de deur. En het is oneindig veel goedkoper dan een taxi.’
M: ‘Het is een manier om mobiel te blijven. Maar voor iemand met een bijstandsuitkering is het niet te betalen.’

Mataglap

M: ‘Jij zit in de auto altijd te schelden.’
S: ‘Ik scheld om het gevaar af te weren. De meeste weggebruikers zijn namelijk levensgevaarlijke idioten. Gisteren ben ik bijna doodgereden. Ik had met de auto boodschappen gedaan – ik ben zo iemand die voor elk wissewasje de auto gebruikt. Ik draaide de weg op en ineens kwam er een busje recht op me af. De bestuurder haalde namelijk net een andere auto in en was intussen schaterlachend aan het bellen. Hij kon zijn busje nog net in het gat tussen die auto en de mijne proppen. Het scheelde twee centimeter. Zo iemand is volledig mataglap.’

M: ‘Ik vind dat de meeste Nederlanders vrij normaal rijden. Al zijn er die gevaarlijk langzaam rijden. Meestal zijn dat bejaarden in doodsnood. Anderen rijden veel te hard. Die komen je met 160 voorbij, snijden je af en nemen dan de afslag. Dat zijn vrijwel altijd mannen.’
S: ‘Mennekes, zo noem ik ze. Als ze uit hun bakken van auto’s stappen, zijn ze helemaal niks. Dat machogedrag heeft met potentieproblemen te maken. Overigens zijn sommige vrouwen tegenwoordig ook godsgruwelijk agressief in het verkeer.’
M: ‘Ik voel me juist heel veilig als ik een vrouw achter het stuur zie. Van de 700 Nederlandse verkeersdoden per jaar zijn er maar 122 vrouwen.’

In zing tijdens het autorijden heel hard volkomen chaotische woordloze liederen

S: ‘Wacht maar af, Maarten, de vrouwen komen eraan als het om asociaal gedrag gaat. Agressief rijdende vrouwen kun je herkennen aan hun zonnebrillen, die ze als een diadeem in het haar steken. Ze steken amper met hun hoofd boven het portierraampje uit, want ze rijden in van die grote auto’s met reservebanden aan de achterkant. Ze zijn altijd hartstikke chagrijnig, omdat ze een klotebaan hebben of omdat ze voor een kind moeten zorgen, waar ze geen zin in hebben.’
M: ‘Als dat allemaal waar is, dan is dat een verschrikkelijk effect van de vrouwenemancipatie.’
S: ‘Het komt door de moderne stressmaatschappij. In feite is er maar één oorzaak: welvaart.’

M: ‘Ik erger me aan automobilisten die heel langzaam inhalen en dan naast je blijven hangen. Daar zit een groter probleem achter, namelijk het groeiende snelheidsverschil tussen de verkeersstromen op de rechter- en de linkerbaan. Vrachtauto’s rijden 90, terwijl in de linkerbaan vaak harder dan 120 wordt gereden. Kleine autootjes met een gering motorvermogen moeten nu naar de linkerbaan om in te halen en dat geeft allerlei praktische problemen. Naar mijn idee zouden vrachtauto’s de vrijheid moeten krijgen om iets harder te rijden. Dat brengt uiteindelijk minder risico’s met zich mee dan die grote snelheidsverschillen. Die vergroten de kans op filevorming.’

S: ‘Files hebben iets claustrofobisch: je kunt geen kant op.’
M: ‘Ik denk altijd: wat doe ik als ik diarree krijg?’
S: ‘Van de gedachte alleen al krijg ik het acuut. Het ergste vind ik het als je met vakantie bent en er is een ernstig ongeluk gebeurd. Dat je in de verte een brandend autowrak ziet liggen. Daar kan ik niet tegen.’
M: ‘Je moest eens weten hoeveel mensen daar speciaal naar gaan kijken, zodat er op de andere rijbaan ook file ontstaat.’

S: ‘Nog een ergernis in het verkeer die hoog op mijn lijstje staat: parkeergedrag. Ik sta keurig te wachten tot iemand weggaat en een ander pikt het plaatsje in. En wat dacht je van mensen die hun asbak legen in jouw straat? Het portier gaat open en de volledige inhoud gaat op de grond. Daar moet je dan eens iets van durven zeggen.’
M: ‘Ik héb er een keer iets van gezegd. Weet je wat die man antwoordde? “Wil jij godverdomme een klap voor je klotebek?”’

Therapeutisch 

S: ‘Ik doe in de auto van alles om de zinnen te verzetten. Ik rook, ik scheld, ik luister naar muziek. Bij bepaalde stukken raak ik zo ontroerd dat ik huil. Ik zit lekker alleen in die auto, dus dan kan het. Wat ik ook weleens gedaan heb, is schreeuwen. Moet je eens proberen: keihard schreeuwen, zo hard als je kunt. Dat kan verder nergens, want je valt altijd wel iemand anders lastig. Maar in zo’n auto is het geen enkel probleem. En het werkt zo therapeutisch dat ik het iedereen kan aanbevelen.’
M: ‘Ik zing tijdens het autorijden heel hard volkomen chaotische woordloze liederen. Ook heb ik in de auto vrijwel altijd klassieke muziek opstaan. Daarbij bestaat inderdaad een niet onaanzienlijk risico dat je ineens getroffen wordt door diepe emotie. Soms biggelen de tranen me over de wangen.’

S: ‘Het overkomt mij ook weleens bij landschappen. Een keer reed ik langs een net geploegde akker, waarop grote kluiten klei lagen te glimmen. Dat was zo verschrikkelijk mooi. Ik dacht: zo meteen rijd ik in de sloot. Jankend ten onder.’
M: ‘Ik moet oppassen dat ik niet te lang in die emotie blijf hangen als ik twintig minuten later tweehonderd mensen moet toespreken. Want dan schrikken ze van mijn rode ogen en denken ze dat ik urenlang heb zitten wenen.’
S: ‘Ik zet de auto soms even stil om tot bedaren te komen.’
M: ‘Ik kan van tevoren nooit voorspellen bij welke muziek het gebeurt. Ik wil hierbij een goed woordje doen voor Radio 4. Er is alleen één kanttekening: er wordt te veel geluld. Maar het is echt van belang dat er nog een klein beetje fatsoenlijke muziek gedraaid wordt op de radio, die verder alleen wordt bevolkt door schreeuwende psychopaten. Is het eigenlijk niet een zegen dat je uiteindelijk doodgaat?’
S: ‘Ja, want je wordt een steeds grotere zeikerd.’

FOTO'S: AMBER BECKERS

Uit Maarten! 2011-3
 

donderdag 12 april 2018

Gerelateerde artikelen

Maarten, Vincent en Sis van Rossem over één van hun ergernissen: sportverdwazing

donderdag 5 april 2018

Kunst met Sis: Een breiende Maria met vier pennen

donderdag 5 april 2018

'Een meesterwerk? Wat is nou een meesterwerk?'

woensdag 6 december 2017