Maarten over mannenmode: ‘Ik ben tegen alle overbodige kledingstukken’

Door Maarten van Rossem

Kleren? Voor Maarten moeten die simpel, functioneel en goedkoop zijn – en binnen de grenzen van het betamelijke. Hoed u dus voor korte broek en bretels, en kleed u niet als een papegaai. Hou het rustig en ingetogen. ‘Ik draag alleen zwart; dan hoef ik ’s ochtends niet te bedenken wat ik aan moet.’

Alpinopet

Maarten: ‘Tegenwoordig zie je ze niet meer, maar in de jaren vijftig getuigde de alpinopet van een intellectuele levensstijl. Waarschijnlijk omdat de Fransen toen nog een prominente rol speelden in het denken over vrijwel alles en zij notoire alpinopetdragers waren.

Zelf vind ik zo’n pet achterlijk. Ik heb er nog nooit een gedragen. Ik ben vier maanden in dienst geweest en toen moest ik een baret op – een van de meest onnozele hoofddeksels denkbaar. Bij een windje of de minste beweging valt zo’n ding van je hoofd.

Ik liep eens het kazerneterrein af om een frietje te gaan halen, toen ik aan de poort werd tegenhouden omdat ik mijn baret niet ophad. Zonder mocht ik het terrein niet af, dus ik moest terug naar mijn kamer. Dat geeft al aan wat voor wonderlijke organisatie de landmacht is.’
 

Strop- en vlinderdas

Maarten: ‘Ik ben zowel tegen strop- als vlinderdassen, omdat ze totaal overbodig zijn. Een stropdas heeft in feite maar één functie, namelijk dat je je ermee kunt opknopen als je denkt dat dat nodig is.

Er is wel degelijk een tijd geweest waarin ik me conformeerde aan de verwachtingen van de maatschappij, dus droeg ik tot de late jaren zestig een stropdas. Vooral mijn moeder stelde het in hoge mate op prijs als ik er netjes uitzag. Zo kan ik me herinneren dat we met het gezin op weg waren naar mijn opa en oma en we rechtsomkeert maakten toen mijn moeder erachter kwam dat ik geen stropdas omhad.

Voor mijn eerste tentamens ooit, bij de Utrechtse hoogleraar J.C. Boogman thuis, had ik me keurig uitgedost zoals ik dacht dat je uitgedost moest zijn: in driedelig grijs pak met wit overhemd en stropdas. Tot mijn lichte verbazing verscheen de professor in een nogal vervuild vestje, zonder stropdas en zonder pak. Hij zag eruit als een hooggeleerde zwerver. Toen dacht ik: dit overkomt me geen tweede keer.’
 

Korte broeken

Maarten: ‘Mannen zouden nooit korte broeken moeten dragen. Het is onvoorstelbaar hoe belachelijk, stuitend en weerzinwekkend onesthetisch je eruitziet in een korte broek. Onze-Lieve-Heer heeft erg zijn best gedaan op vrouwenbenen; voor de mannenbenen had hij geen tijd meer. Die zijn dan ook ontzettend lelijk, een soort behaarde boomtakken. Maar eigenlijk moeten ook vrouwen ophouden met korte broeken. Draag gewoon gezellig een zomerjurkje als het warm is buiten.

Van mij mag het allemaal wel wat bedekter. Tegenwoordig is het normaal om in een soort zwempakachtige uitrusting te gaan hardlopen, maar ik ben enorm gecharmeerd van de kleding van omstreeks 1900. De vrouwenmode van toen hadden iets mysterieus, en daar hou ik van.’
 

Zwart

Maarten: ‘Vanaf eind jaren zestig ben ik me overal informeel gaan kleden, ook omdat het goedkoop is. Waarom zou je 400 euro aan een winterjas uitgeven, terwijl je er bij de kringloopwinkel een voor 50 piek hebt die na een stoombeurt ook prima is?

Ooit sprak ik op hetzelfde congres als onze verlosser Pim Fortuyn. Hij vond mijn Palladium-schoenen maar smerig. Pim stak zijn voet uit met daaraan een fraaie schoen, en zei: “Handgemaakt, 4000 gulden.” Dat vond ik de meest abjecte flauwekul.

Ik draag nooit iets omdat ik het mooi vind of omdat het me goed staat. Ik draag alleen zwart omdat ik dan ’s ochtends niet hoef te bedenken wat ik aan moet. Alles wat overdreven opvallend en kleurig is, vind ik niks. Hou het rustig, hou het ingetogen. Kleed je niet als een rare papegaai.

Ik schaam me ervoor dat ik ooit één dag een witte coltrui heb gedragen. Ik wist meteen dat die totaal in strijd was met mijn ethos, karakter en diepste gevoelens.’
 

Zonnebrillen

Maarten: ‘Je mag alleen een zonnebril op als je midden in de zomer bij een stralend blauwe lucht vijf uur over de Italiaanse autostrada moet rijden. In Nederland is er eigenlijk geen enkel moment denkbaar waarop een zonnebril nodig is. Boerka’s zijn verboden omdat je mensen dan niet in de ogen zou kunnen kijken, maar dan moet je een zonnebril toch ook verbieden?

Je mag alleen een zonnebril op als je midden in de zomer vijf uur over de Italiaanse autostrada moet rijden

Vanwege mijn uitdossing is me in mijn leven tweemaal de toegang ontzegd. De ene keer was bij een horecagelegenheid in een Duits kasteel, de andere keer bij een duur restaurant in New Orleans. In beide gevallen werd me door de directie een jasje aangeboden, dat ze speciaal hadden hangen voor mensen zonder colbert.

Toen heb ik gezegd dat het voor mij een heel principieel punt is: als ik ergens niet naar binnen mag vanwege mijn kleding, hoeft het niet meer voor mij. Ik ben vergeten wat ik in Duitsland ben gaan doen, maar in New Orleans ben ik bij McDonald’s gaan eten.’
 

Leer

Maarten: ‘Leren kleding is fascistoïde. Denk aan de nazi’s met hun lange leren jassen en zwarte laarzen. Ik heb daarom zelfs bezwaar tegen leren banken. Piloten dragen leren jacks gevoerd met lamswol. Als het koud is in de Spitfire, dan mag dat. Maar dan moeten ze hun jas wel meteen weer uittrekken als ze uitgevlogen zijn en niet ’s avonds stoer een borrel gaan drinken met dat ding aan.

Over stoer gesproken: laat politici als Mark Rutte en Jesse Klaver eens ophouden met het oprollen van hun mouwen. Obama is ermee begonnen en hem stond het, omdat alles hem stoer staat. Dat geldt echter niet voor Rutte en Klaver.’
 

Pochetten, bretels en deftige hoeden

Maarten: ‘Mannen met deftige hoeden vind ik aanstellers. Ze hebben vaak een of ander gebrek en proberen dan met een hoed de aandacht af te leiden. Als een man naast een hoed ook nog een korte broek draagt, weet je zeker dat de betrokkene rijp is voor de psychiater.

Ook als ik een pochet zie, denk ik: wat een aanstellerij. Het is toch curieus om een zakdoekje in je borstzak te hebben waarin je niet mag snuiten? Bretels mag je alleen dragen als je zo’n dikke pens hebt dat je broek zónder meteen zou afzakken. De bretels van Jort Kelder vind ik infantiele aanstellerij. Ze hebben geen functie.

Ik ben tegen alle overbodige kledingstukken. Iedereen van wie ik de indruk krijg dat hij zich zo netjes mogelijk heeft gekleed, vind ik achterlijk.’
 

Tatoeages

Maarten: ‘Vroeger hadden alleen kermisgasten en criminelen een tatoeage, maar inmiddels neemt Jan en alleman ze. Ik vind ze nog steeds verwerpelijk en een signaal van vergaande stupiditeit. Dat laatste vooral omdat je bij het zetten van een tatoeage in de regel geen rekening houdt met het rimpelen van de huid en het verval van het lichaam. Neem Wesley Sneijder; hij heeft zijn hele ex-vrouw op zijn rug gezet en zit straks wel met een probleem.’


Uit: Maarten! 2019-4

Gerelateerde artikelen

Amsterdam: de eerste moderne hoofdstad

‘We moeten ons bewust worden van seksisme in de politiek’

Het wonder van de moderne jonge vrouw: Maarten van Rossem over zestig jaar vrouwenemancipatie

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.