‘Nieuws bevuilt je wereldbeeld’

‘Nieuws bevuilt je wereldbeeld’

DOOR MAARTEN VAN ROSSEM EN BAS KROMHOUT

woensdag 6 december 2017
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Journalist en filosoof Rob Wijnberg begon twee jaar geleden met het avontuur van de nieuwssite De Correspondent. Hij gaf het hoofdredacteurschap van nrc.next op omdat hij niet meer wilde meedraaien in de nieuws-tredmolen. ‘Wij schrijven niet pas over ontwikkelingen als er een incident plaatsvindt.’

Uit Maarten! 2015-4

Maarten: ‘Hoe ben je op het idee gekomen om het nieuws te veranderen?’
Wijnberg: ‘Het begon ermee dat ik in nrc.next een essay van achttien krantenpagina’s plaatste, met de titel ‘Mijd het nieuws’. De schrijver legde uit welke misvattingen je eraan overhoudt als je alleen het standaardnieuws volgt. Bijvoorbeeld dat de wereld alleen maar bestaat uit momenten in plaats van ontwikkelingen. En dat het meest spectaculaire het belangrijkste is. Joris Luyendijk verwoordt het altijd mooi: “Nieuws is wat vandaag gebeurt, maar nooit wat elke dag gebeurt.” Terwijl dit laatste veel invloedrijker is. Een aanslag in Israël komt altijd in het nieuws, want het is een overzichtelijk, spectaculair moment. De bezetting van de Palestijnse gebieden daarentegen haalt zelden het journaal: die is elke dag hetzelfde. Ander voorbeeldje: bijna niemand kent het grootste bedrijf van Nederland, Vitol. Het is een olietransportbedrijf dat zo machtig is dat het de olieprijs kan beïnvloeden. Maar Vitol is nooit in het nieuws, omdat het bedrijf niet beursgenoteerd is en zelden in opspraak komt. Toen ik dat essay las, dacht ik: waar zijn we mee bezig bij die krant? Toen ben ik ermee gestopt en heb ik De Correspondent opgericht, om tegenwicht te bieden.’

Maarten: ‘Volgen mensen het nieuws niet vooral om zich te amuseren?’
Wijnberg: ‘Het probleem is dat journalisten zelf heel andere pretenties koesteren. Zij willen laten zien wat er speelt in de wereld, wat het leven van burgers raakt en hoe de samenleving zich ontwikkelt. Sommigen doen dat ook. Maar de nieuwsvoorziening in het algemeen maakt die belofte niet waar. Als het nou bij entertainment bleef, was het tot daaraan toe. Maar de invloed van de media is groot. Van alle Kamervragen word 75 procent gesteld op basis van nieuwsberichten. Het aantal vragen over geweldsincidenten op straat is in tien jaar vertwaalfvoudigd, terwijl het aantal incidenten met 10 procent is afgenomen. Dat komt door de buitenproportionele aandacht die media aan criminaliteit besteden.’

Maarten: ‘Al in het begin van de negentiende eeuw stonden de kranten vol met gruwelijke moorden, vreselijke branden en gekke gebeurtenissen. Blijkbaar sluiten zulke berichten aan bij een menselijke behoefte.’
Wijnberg: ‘Er is een biologische verklaring voor: mensen willen horen wat de gevaren zijn. Vroeger waarschuwden ze elkaar via roddels aan de dorpspomp. In zekere zin is nieuws een geprofessionaliseerde en gecommercialiseerde vorm van roddelen. Als je alle nieuwsmedia zou afschaffen, ontstaat er onmiddellijk mond-tot-mondberichtgeving. Maar er komt een punt waarop je al dat geroddel bij elkaar neemt, overziet en denkt: dit geeft een beeld van de wereld dat gewoon niet klopt.’

Maarten: ‘Denk je dat er sprake is van bewuste misleiding?’
Wijnberg: ‘Ik ben een complottheoreticus. Maar er zit een enorme pr-laag tussen het nieuws en wat er werkelijk gaande is. Een goed voorbeeld is de berichtgeving over Oekraïne. Voor de buitenwereld is Europa pro-Oekraïne en tegen Poetin. Frans Timmermans ging naar het Maidanplein in Kiev om de mensen te vertellen dat zij bij “ons” horen. Maar kijk je naar het beleid van met name Duitsland en Nederland, dan zie je dat ze de afgelopen tien jaar Oekraïne gigantisch hebben verzwakt. Ze hebben allerlei pijpleidingen om dat land heen gelegd, omdat Rusland dat wilde. Ze sluiten grote gasdeals met Moskou. De steun aan Oekraïne bestaat vooral uit verklaringen tijdens persconferenties. Die worden dan netjes opgeschreven.’

'Het nieuwsproces is vrij willekeurig, irrationeel, toevallig en gehaast'

Maarten: ‘Hoe kun je door die pr-laag heen breken?’
Wijnberg: ‘Dat is een kwestie van heel hard werken, heel veel lezen en je eigen verstand gebruiken. Helaas doen veel journalisten dat niet. Het meeste nieuws wordt gemaakt door mensen die geen verstand hebben van de dingen waarover ze berichten.’

Maarten: ‘Hoe komt dat?’
Wijnberg: ‘Journalistiek wordt in Nederland voornamelijk onderwezen als een beroepsopleiding, gericht op praktische vaardigheden zoals interviews maken of nieuwsberichten schrijven. Voor een gedeelte van de journalistiek is dat afdoende. Maar voor een ander gedeelte is een meer abstracte, academische benadering nodig.’

Maarten: ‘Wanneer journalisten mij om commentaar vragen, bijvoorbeeld als Wilders weer iets krankjorums heeft gezegd, vraag ik altijd wat ze er zelf van vinden. Daar willen ze zich dan niet over uitspreken.’
Wijnberg: ‘Dat is de vermeende objectiviteit van de journalist. Bij De Correspondent hebben we dat journalistieke ideaal vaarwel gezegd. Objectiviteit is gaan betekenen dat je alleen maar doorgeefluik bent van feiten die meestal afkomstig zijn van autoriteiten en instanties. Zo bevestig je de status-quo. GeenStijl kan nogal bombastisch doen, maar hun typering van het NOS Journaal als “staatsjournaal” klopt in de zin dat het in extreme mate vaart op wat de gevestigde orde insteekt.’

Maarten: ‘Mij lijkt eerder dat de NOS volstrekt willekeurige onderwerpen uitkiest.’
Wijnberg: ‘In het algemeen is het nieuwsproces inderdaad vrij willekeurig, irrationeel, toevallig en gehaast. Wat nieuwswaardig is, wordt afgemeten aan criteria als opvallendheid en uitzonderlijkheid, gekoppeld aan vragen als: “Kunnen we het snel en goedkoop maken?”, “Worden er persberichten aangeleverd?”, “Is het in beeld te brengen?”. Ook is er weinig tijd om verhalen te maken, en ze mogen meestal niet langer zijn dan zevenhonderd woorden of twee minuten. Dat is veel te weinig om nieuwe perspectieven geloofwaardig over te brengen. Daarnaast zie je dat commerciële overwegingen steeds vaker een rol spelen. Er wordt meer en meer gekeken naar aantallen clicks of kijkers, omdat adverteerders op basis daarvan besluiten nemen. Nu zien en lezen mensen het liefst iets wat ze herkennen of waar ze het mee eens zijn. Dus hoe dominanter commerciële afwegingen worden in je redactionele beslissingen, hoe meer je simpelweg herhaalt wat de lezers en kijkers toch al weten en vinden.’

Maarten: ‘Is de nieuwsvoorziening ooit anders geweest?’
Wijnberg: ‘Vroeger waren veel media ideologisch gedreven. Dat had voor- en nadelen. In onze tijd schuilt er geen  maatschappijbeeld meer achter wat de NOS, de NRC en de Volkskrant nieuwswaardig en relevant vinden. Daarom lijken ze allemaal op elkaar. NRC heeft nog wel een redactiestatuut, waarin mooie zinnen staan over het vrije individu, maar in de nieuwskeuze speelt dat nauwelijks een rol. Ik kon na jaren bij de NRC gewerkt te hebben er nog steeds niet goed de vinger op leggen welk sturend principe bepaalde of iets op de voorpagina kwam en waarom. Ik kende de heimelijke criteria wel: of het op het NOS Journaal is, of andere kranten er veel aandacht aan besteden, of het over belangrijke mensen gaat enzovoort. Maar voor de rest was het volkomen arbitrair.’

Maarten: ‘Sprak je erover met collega’s? En wat zeiden zij dan?’
Wijnberg: ‘Er lopen bij de NRC veel slimme mensen rond. Maar de kloof tussen de gesprekken die ik met collega’s had bij de koffieautomaat en wat ze uiteindelijk in de krant schreven, was soms gigantisch. Economieredacteur Maarten Schinkel kon mij urenlang vertellen dat CPB-ramingen nergens op sloegen, en hij schreef dat ook wel in zijn columns. Maar daarnaast kon dan doodleuk een bericht over de laatste CPB-cijfers staan. Heel veel nieuws is een reflex, een ritueel. Als het CPB met cijfers komt, dan zet je die in de krant. Ook Maarten Schinkel. Als je het niet doet, denkt de lezer dat je het nieuws hebt gemist.’

Er zit een enorme pr-laag tussen het nieuws en wat er werkelijk gaande is

Maarten: ‘Ik deel je scepsis ten aanzien van het reguliere nieuws. Maar ik ben nieuwsverslaafd. Dus wat moet ik doen?’
Wijnberg: ‘Ik adviseer niet het nieuws totaal uit te bannen. Het is zoals suiker: je moet er wel iets van eten. Maar stop je er niet mee vol, want het is heel ongezond. Te veel nieuws bevuilt je wereldbeeld. Het maakt je wantrouwender en cynischer dan terecht is. En het geeft je het idee dat alles in de wereld los zand is, dat er geen structuren onder liggen.’

Maarten: ‘Jullie van De Correspondent doen alles anders?’
Wijnberg: ‘Absoluut. Wij haken bijvoorbeeld niet aan op het nieuws, maar het nieuws haakt aan op ons. We hebben een jaar geleden bijvoorbeeld uitgebreid geschreven over de risico’s rond aardbevingen in Nepal. Toen dacht iedereen: wat is dit voor rare, niet-actuele berichtgeving? Totdat precies gebeurde wat wij hadden beschreven. Je kon het zien aankomen. Als nieuws pas ontstaat wanneer iets plaatsvindt, zie je nooit de structuur eronder. Wij denken ook niet in losse verhalen, maar in steeds uitdijende dossiers. We concurreren eigenlijk niet met nieuws, maar met Wikipedia.’

Maarten: ‘Hebben jullie zelf een ideologisch uitgangspunt?’
Wijnberg: ‘Ik pleit er niet voor dat we teruggaan naar de zuiltjes. Ik wil ook niet dat De Correspondent een politiek-ideologisch profiel aanneemt. Wel zijn we sociaal-constructivistisch, want we beoordelen maatschappelijke relevantie niet op basis van onmiddellijke actualiteit, maar op basis van structurele invloed. Dat is onze basisideologie. Daar oog je algauw links door, omdat links relatief veel nadruk legt op groepsprocessen, maatschappelijke structuur en culturele omgeving. Rechts wordt geassocieerd met het individu en eigen verantwoordelijkheid. Ik zou nog wel willen dat De Correspondent wat diverser wordt in opvattingen en perspectieven. Zodat er misschien ook intern wat meer discussie komt. Als onze basisideologie maar overeind blijft.’

Maarten: ‘De meeste mensen zitten niet te wachten op  structureel nieuws. Om te beginnen schrikken ze van lange artikelen.’
Wijnberg: ‘Lang heeft zelden te maken met het aantal woorden. Een slecht stuk van vijfhonderd woorden kan al te lang zijn. En je kunt een fantastisch stuk hebben van vijfduizend woorden, waarvan je het jammer vindt dat je het uit hebt. Kwaliteit bepaalt of mensen afhaken of niet. Laatst brachten we een verhaal van 3500 woorden over de vraag wat geld precies is; dat werd enorm goed gelezen. Omdat het ging over een fundamentele vraag die heel veel mensen bezighoudt. Ik denk dat er in kranten en tijdschriften te vaak lange stukken staan over onderwerpen die mensen niet echt bezighouden. Vervolgens wordt er geroepen: “Zie je wel, het werkt niet, want mensen vinden het te lang.”’

Maarten: ‘Jullie zullen van z’n leven niet een half miljoen abonnees krijgen, zoals De Telegraaf.’
Wijnberg: ‘Nee. Natuurlijk willen we dat zo veel mogelijk mensen onze stukken lezen, zodat ze geïnformeerd zijn. Maar er komt een punt waarop goed informeren en zo veel mogelijk mensen proberen te bereiken elkaar gaan tegenwerken. Je kunt de resultaten van diepgravend onderzoek niet kwijt in duizend
woorden. Ik geloof iets meer in maakbaarheid dan jij. Het idee dat mensen niet geïnteresseerd zijn in structureel nieuws of er de capaciteiten niet voor hebben om het tot zich te nemen, vind ik iets te pessimistisch. Zelfs als het zo is, wil ik niet op dat punt blijven stilstaan. Want wat is dan nog de zin van je beroep als journalist? Dan is de logische conclusie: laat ook maar zitten.’

Maarten: ‘Net als jij probeer ik af en toe te zeggen dat het anders is dan iedereen denkt dat het is. Maar of dat veel effect sorteert?’
Wijnberg: ‘Als je pas vindt dat het effect heeft gehad als iedereen doorheeft dat het allemaal anders in elkaar zit, dan komt dat moment nooit. Als je Immanuel Kant had afgerekend op het effect dat hij in de achttiende eeuw met zijn boekjes sorteerde, had hij ook gezegd: “Sorry, ik heb het geprobeerd, maar het is hopeloos met deze mensen. Verlichting is niet aan ze besteed.” Effect moet je op de langere termijn zien. Misschien wordt door iets wat je hebt gezegd of geschreven één iemand geïnspireerd om zelf door te denken of een boek te schrijven. Het kan uitgroeien tot iets heel groots. Zelf put ik mijn inspiratie ook uit mensen die misschien één stuk hebben geschreven dat me net anders tegen de werkelijkheid heeft doen aankijken.’

Maarten: ‘Heb je nu meer plezier in je werk dan toen je hoofdredacteur was van nrc.next?’
Wijnberg: ‘Ik heb een heel leuke tijd gehad bij de NRC, maar had het gevoel dat het een aflopende zaak was bij die organisatie. Er kon altijd net iets minder dan het jaar ervoor. Ik heb elf jaar in de journalistiek gewerkt, maar nooit eerder bij een medium dat groeit. Een totaal nieuwe ervaring.’

Nieuws is als suiker: je moet er wel iets van eten. Maar stop je er niet mee vol

Maarten: ‘Het scheelt dat jullie niet drukken en distribueren.’
Wijnberg: ‘Klopt, maar een goede website bouwen, onderhouden en doorontwikkelen kost ook geld. Maar inderdaad, de marginale meerkosten van een nieuw lid zijn nul.’

Maarten: ‘Een digitaal abonnement op The New York Times kost 15 dollar per maand. Die site wordt door miljoenen mensen overal ter wereld bezocht. Maar het gekke is dat de krant daar niet van kan leven. Waarom redden zij het niet en jullie wel?’
Wijnberg: ‘Wij zijn advertentievrij. Je zou denken dat je dan minder inkomsten hebt, maar ik geloof dat het een voordeel is. Wij hoeven geen advertentieafdeling te hebben, geen rekening te houden met adverteerders en niet te strijden met Google. Verder is de organisatie van The New York Times er nog op gebouwd de papieren krant te maken en te verspreiden. En hun overhead is gigantisch. De redactie bestaat uit meer dan duizend personen.’

Maarten: ‘Toch ben ik blij als de krant in de bus valt. Zo niet, dan heb ik een slecht humeur.’
Wijnberg: ‘Je bent een uitstervend ras. De gemiddelde krantenlezer in Nederland is 59.’

Maarten: ‘Zou je geen gedrukte versie willen maken?’
Wijnberg: ‘Ons type journalistiek leent zich daar slecht voor. We bouwen dossiers op, voegen lagen toe aan verhalen, zorgen voor updates. Dat kan alleen doordat er online oneindige ruimte is. Als we ooit naar papier zouden gaan, dan om andere functies uit te buiten. We hebben een boek van Rutger Bregman uitgegeven over zes ideeën die de wereld kunnen veranderen. Dat heeft heel goed verkocht.’

Maarten: ‘Ben je tevreden?’
Wijnberg: ‘Natuurlijk niet. We hebben nog maar ongeveer 5 procent verwezenlijkt van wat we willen. Maar het begin is er.’

Commentaar Maarten: ‘De Correspondent vind ik een dappere onderneming en ik hoop van harte dat ze het redden. Rob Wijnberg zegt in dit interview dat journalisten zich veel te veel laten leiden door incidenten, en dat ben ik helemaal met hem eens. Ik denk ook dat er ruimte is voor nieuwsvoorziening in de stijl van De Correspondent, met oog voor de lange termijn. Maar ik verwacht niet dat ze de aanpak van de rest van de journalistiek kunnen veranderen.’

FOTO'S SANDER HEEZEN 

Uit Maarten! 2015-4

woensdag 6 december 2017

Gerelateerde artikelen

‘Over religie wordt veel dom gezwetst’

woensdag 6 december 2017

Het journaal is indrukwekkend/infantiel

woensdag 6 december 2017

Waarom ik nooit meer in Nederland wil wonen

maandag 27 november 2017

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.