Op Urk is het ‘wij tegen de rest’

Op Urk is het ‘wij tegen de rest’

DOOR LAURENS BLUEKENS | FOTO'S SANDER HEEZEN

donderdag 18 oktober 2018
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Voormalig Zuiderzeedorp Urk zit al sinds 1942 vast aan het vasteland. Toch houdt Urk stug vast aan zijn eilandidentiteit. Hoe hou je die cultuur in stand in een snel veranderende wereld? Maarten zoekt antwoord tijdens een wandeling door de vissersplaats met Zuiderzeehistorica Eva Vriend en Urker gids Jaap Bakker.


Uit Maarten 2018-3

‘Ik neem een onsje paling mee voor thuis,’ heeft Maarten zich voorgenomen. Het is vrijdagmiddag twee uur: in de Urker haven sjouwen vissers de dagvangst uit hun kotters de IJsselmeerafslag binnen. In plastic tonnen en bakken glibberen duizenden levende snoekbaarzen, Chinese wolhandkrabben, en veel, heel veel palingen. Het duurt een halfuur voordat de beestjes dood zijn. Door kleine gaatjes druipt slijm weg, de vloer is spekglad. De vissen worden gewogen en gaan door naar de veilingzaal.

Daar roept de veilingmeester om op welke vis, inclusief kwaliteit en vangmethode, geboden kan worden: ‘Aal middel’, ‘grote fuik’. Op een grote veilingklok daalt de pondsprijs van hoog naar laag. Bieders, driftig bellend met hun opdrachtgevers, houden de hand op een verborgen knopje onder hun tafeltje. Het is zaak om als eerste te drukken, maar wel op een zo laag mogelijke prijs. De koper blijft anoniem.
 

Steenrijk

Dit is een sociaal moment. Vissers, handelaren, dagjesmensen en dorpelingen mengen en maken een praatje. Met hun rubberen overalls, petjes en hier en daar een gouden oorbel pik je de vissers er makkelijk tussenuit. De oorbellen fungeerden vroeger als uitvaartverzekering. Als de visser aanspoelde, kon de familie met de opbrengst van het goud de begrafenis bekostigen.

Maarten is verbaasd over de hoeveelheid vis die er nog wordt gevangen in het IJsselmeer. ‘Er zijn nog maar een paar vissersmannetjes over, maar er zit nog vis in het meer,’ vertelt een enthousiaste visser. ‘Omdat de paling bezig is uit te sterven, worden er glasaaltjes [kleine jonge palingen] uitgezet,’ legt Jaap Bakker uit. ‘Maar het is nog maar voor een paar vissers lucratief het IJsselmeer op te gaan, onder meer door het verbod op sleepnetten in de jaren zeventig.’ Door de dalende visstand en de visquota zijn er nog maar zo’n dertig schepen met vergunning.

Geen Urk zonder vis. Toen begin twintigste eeuw de Zuiderzeewet vorm kreeg, waren de rapen dan ook gaar. De weerstand tegen het voornemen van de overheid om de Zuiderzee in te polderen was groot in Urk. ‘De zee wordt van ons afgepakt.’ Waar moest het heen met de visserij in de toen nog zoute Zuiderzee?

Urk herpakte zich, verplaatste het grootste deel van de visserij naar de Noordzee en groeide na de inpoldering in enkele decennia van straatarm naar steenrijk. Urk loopt voorop in innovatie en doet over de hele wereld zaken. Het werkloosheidspercentage is een van de laagste van het land.
 

Gods volk

‘Hollands welvaren,’ constateert Maarten dan ook, en hij wijst op de dure boten, de goed onderhouden vuurtoren en de bedrijvigheid in de haven. Het gaat Urk voor de wind. De haven fungeert als dorpsplein; Urkers maken er een rondje om te kijken of er nog iets speelt. Maar hoe Urks zijn ze nog? ‘Zonder de isolatie van zo’n eiland is het moeilijk om uniek te blijven,’ denkt Maarten. ‘Sociale controle is daar natuurlijk veel makkelijker af te dwingen. En er zit een enorme spanning tussen welvarend zijn en tegelijk apart willen blijven.’

Maar dat lukt de Urkers wel, weet Eva Vriend. ‘Mijn onderzoek probeert antwoord te geven op de vraag of Urk na de drooglegging lijdt aan identiteitsverlies. Ik denk dat Urk economisch heel veerkrachtig is, maar sociaal-cultureel nog steeds heel behoudend.’

Verder domineren partijen van protestants-christelijke signatuur de gemeentepolitiek. Niet verwonderlijk, want volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek bezoekt maar liefst 93,6 procent van de Urkers ten minste één keer per maand de kerk. Dat is een veel hoger percentage dan in kerkelijke gebieden zonder eilandgeschiedenis, zoals Staphorst of Spakenburg.

‘Het maakt de identiteit van Urk stabieler,’ vertelt Vriend. ‘Urkers voelen zich Gods volk en daarom is er geen noodzaak om te veranderen.’
Maarten: ‘Als je het geloof kwijtraakt, stort je hele identiteit in. Wanneer een Volendammer, Urker of Spakenburger wiet gaat roken in Amsterdam en niet meer terugkomt, is het in één generatie klaar met de unieke cultuur van deze plaatsen.’
 

Ziekte van Buchem

Maar niet veel Urkers verlaten de gemeente. ‘Ook als ze studeren in Groningen of Utrecht, blijven ze hier wonen,’ aldus Bakker. De gemiddelde Urker trouwt begin twintig en krijgt veel kinderen. Al decennialang horen de geboortecijfers in Urk tot de hoogste van Nederland – vorig jaar waren ze met 20,3 geboortes per duizend inwoners zelfs het hoogst. Zo groeide het aantal inwoners van 5500 in 1960 naar zo’n 10.000 in 1980, en tegenwoordig meer dan 20.000. 

Zelfs in de nieuwbouwwijk is geen plaats meer voor iedereen. Veel Urkers verkassen daarom naar het dichtstbijzijnde polderdorp, Tollebeek. Urkers trouwden vaak onderling – daarom hebben ze unieke genetische ziektes, zoals de botgroeiziekte Van Buchem. Maar tegenwoordig valt het wel mee met de inteelt, vertelt Bakker. Zo is er een goede klik met Volendam, nota bene katholiek. Met Marken botert het dan weer niet zo. Daar is men weliswaar ook protestant, maar ‘veel te zuinig’. Zelf is hij getrouwd met een Wassenaarse.

De gemeenschap is hecht, maar klederdracht wordt niet meer gedragen, behalve op de jaarlijkse Urkerdag, die sinds een jaar of vijfentwintig gevierd wordt. Dialect spreken de Urkers nog wel, zelfs onder de jeugd. Er zijn speciale clubjes om het in stand te houden. En blijkbaar zijn zelfs cursussen visserstruien breien onder jongeren populair.

Maar dat vindt Maarten eerder een teken van identiteitsverlies. ‘Het doet me denken aan Poolse immigranten in de Verenigde Staten. Die zijn het hele jaar door Amerikaans, maar gaan één dag per jaar helemaal los met parades, klederdracht en Poolse cuisine. Puur symbolisch.’
 

Verboden voor Urkers

‘Dat de Urkerdag van vrij recente datum is vind ik verdacht. Daaruit blijkt dat er constructies zijn opgetrokken om de identiteit te behouden. Als je identiteit volstrekt vanzelfsprekend is, weet je niet eens dat je er een hebt.’

Daar is Vriend het niet mee eens: ‘Ik denk dat de Urker identiteit het sterkst ontwikkeld is van alle IJsselmeerplaatsen. De Zuiderzeewet betekende niet het einde, maar juist een enorme impuls voor de eigenheid. Het was voor Urk een trauma dat het ophield een eiland te zijn; dat bracht de Urkers dichter bij elkaar.’

In 1939 werden de dijken rond het dorp aangelegd en in 1942 viel de polder droog. Maar pas in 1948 verbond een weg Urk met de rest van het land. In de jaren daarvoor was de rest van de polder verboden gebied voor Urkers – alleen op zondag mochten ze onder begeleiding van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders de dijk over. In kroegen in Emmeloord hingen bordjes met ‘Verboden voor Urkers’.

‘Urk werd gezien als de steenpuist van de polder,’ vertelt Vriend. ‘Het was bewust overheidsbeleid de Noordoostpolder in de richting van Zwolle te ontwikkelen. Urkers werden niet geschikt geacht om boerderijen of land te krijgen in de polders van de voormalige Zuiderzee.’

'Het was een trauma dat Urk ophield een eiland te zijn, dat bracht de Urkers dichter bij elkaar'

 De drooglegging heeft veel kwaad bloed gezet in Urk. De weerstand tegen een gemeenschappelijke vijand en het zich afzetten tegen alles buiten het dorp is altijd een belangrijk onderdeel geweest van de eilandidentiteit, denkt Vriend. Die vijand was vroeger de Zuiderzee zelf, na de Zuiderzeewet de overheid en polderplanologen.

‘Het is de essentie van eilandbewoners om niet naar overheden te luisteren,’ weet Maarten. Tegenwoordig ligt het dorp regelmatig met overheden in de clinch over visquota, visfraude of de pulskorvisserij, een controversiële vangmethode waarbij vissen van de bodem worden opgeschrikt met behulp van stroomstootjes. ‘Alsik het goed begrijp zijn de Urkers dus meer eilanders geworden toen het geen eiland meer was,’ concludeert hij.

Bakker, instemmend: ‘Het is een beetje zoals met Marokkanen die naar Nederland komen. In eigen land hebben ze niets met het geloof, maar zodra ze in een vreemde omgeving zijn, gaan ze zich sterker met de islam identificeren.’
 

Gemeenschapszin

Op een kleine scheepswerf ligt een schip uit Kiel. Een bootje aan de kade verkoopt verse stoofpaling. Daarachter de kronkelende steegjes van het oude dorp. ‘De ruimte op het eiland was beperkt,’ legt Bakker uit. ‘Er waren geen bouwregels en vanwege het water moest je op veilige hoogte wonen.’ Daardoor zijn de huisjes schots en scheef, staan ze dicht op elkaar en hebben ze kleine voortuintjes. Versieringen verwijzen naar de zee. Op driehoekige houten gevels staan makelaartjes – een soort kerstpiek. Maarten: ‘Soms zou ik denken dat ik op Texel ben. De structuur van Urk lijkt sowieso veel op die van Texel. En van Volendam.’

Het is rustig in het oude dorp, dat nog echt woongebied is. Was hangt aan de straatkant te drogen; oudere Urkers drinken koffie op plastic stoeltjes in hun voortuintjes. De steegjes zijn zo dichtbebouwd dat ze half op straat zitten. Een stel jongeren viert een verjaardag in een kring voor hun huis. Als ze echt helemaal hun gang willen gaan, kunnen ze terecht in een van de jeugdhonken op het industrieterrein.

Achter een openstaande deur ligt een vrouw op een ziekenhuisbed, omringd door haar familie. Op Urk is de grens tussen privé en publiek onduidelijk. De gemeenschapszin en het onderlinge vertrouwen zijn groot, vertelt Bakker. ‘Ben je ziek, dan kookt de buurvrouw wel even. En ’s zondags na de kerkdienst brengen ze hier soep naar alleenstaanden en zieken.’
Urk wordt niet overspoeld door bussen vol Japanners. Slechts een handjevol verdwaalde toeristen slentert deze middag door het dorp, veel souvenirwinkels zijn er niet. ‘Urk wil niet zoals Volendam een openluchtmuseum worden,’ aldus Vriend. Er is bijvoorbeeld veel verzet tegen het plan om een hotel te bouwen aan de haven. Maar toerisme is hier ook lastiger, omdat Urk verder van Amsterdam ligt en er veel waarde wordt gehecht aan de zondagsrust. Ook dat ligt anders in het katholieke Volendam.’
 

Oer-Nederlanders

Achter de steegjes ligt het Kerkje aan Zee, met bouwjaar 1786 het oudste gebouw van Urk. Van de begraafplaats achter het kerkje ontvreemdden bevolkingsonderzoekers eind negentiende eeuw een zestal schedels. Ze dachten dat op Urk het ‘oer-Nederlandse ras’ bewaard zou zijn gebleven. Verschillende Europese universiteiten onderzochten de schedels, maar konden niets bijzonders vinden.

'Urk wil niet een openluchtmuseum worden, zoals Volendam'

Na een hoop geharrewar – in 2007 zetten de Urkers zelfs het Comité Urker Schedels op – werden ze in 2010 gerepatrieerd naar het voormalige eiland. Het schedelgraf en de begraafplaats, omgeven door een zwaar zwart hek en bezaaid met witte kiezels, liggen er goed bij, ziet Maarten. ‘Maar je zult toch maar zo’n schedel zijn. Nu lachen we erom, maar toen dachten ze echt dat je op basis van fysieke kenmerken kon vaststellen dat mensen anders waren. Het is een typische negentiende-eeuwse opvatting van identiteit. Ook voor de inpoldering werden Urkers als achterlijk neergezet.’

De tocht eindigt bij het Vissersmonument, met alle namen van Urker vissers die ‘op zee zijn gebleven’. Het hooggelegen pleintje heeft een prachtig uitzicht over het IJsselmeer en een zandstrandje waar kleine kinderen zich vermaken met schepjes en strandballen. Achter de dijk op het noorden staat een rij windmolens in het ondiepe water. ‘Het IJzeren Gordijn van Urk,’ aldus Bakker. ‘De actiegroep “Urk Briest!” kon hun komst niet voorkomen.’
 

Trots

Het pleintje biedt zicht op de nieuwere wijken van Urk. Ook die getuigen van de Urkse dwarsheid. Als reactie op de discussie over naamswijzigingen van de Piet Heintunnel of J.P. Coenschool heeft de Urker gemeenteraad unaniem de motie aangenomen om straten van de nieuwe wijk Schokkerhoek te vernoemen naar helden uit het koloniale verleden.
 
‘Dit was mijn eerste keer op Urk,’ peinst Maarten op de terugweg. ‘Maar veel wijzer ben ik niet geworden. Urk is allang geen eiland meer, maar is dat in de geest wel gebleven. Mijn theorie is dat ze hier vooral nog aan de Urker identiteit hangen uit trots – “ze hebben ons niet kleingekregen.” Want ondanks tegenslagen en het dedain van de buitenwereld heeft Urk het wel gemaakt.

Wel zie je aan zo’n Urkerdag en die dialectclubjes dat ze ook nattigheid voelen – als alles hier echt nog zoals vroeger is heb je dat soort dingen niet nodig. Wat de Urkers ook beweren, ook hun identiteit wordt bedreigd door allerlei moderniseringsprocessen. Het is de vraag hoe het hier over vijftig jaar is.’
Vis staat er vanavond niet op tafel in huize Van Rossem. ‘Nu ik ze in die tonnen glibberend hun laatste momenten heb zien beleven, eet ik nooit meer paling.’

Uit Maarten! 2018-3
 
donderdag 18 oktober 2018

Gerelateerde artikelen

Openluchtmuseum: de eenzame Kathedraal van radio Kootwijk

donderdag 19 juli 2018

Maarten van Rossem en Geert Mak op stap in Brussel

donderdag 19 april 2018

Nederland bestaat niet

woensdag 6 december 2017

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.