Democratische hervormingen? Alsjeblieft niet

Democratische hervormingen? Alsjeblieft niet

DOOR MAARTEN VAN ROSSEM

maandag 17 juni 2019
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Turkije, Polen en andere landen veranderen van democratieën in totalitair bestuurde landen. En Amerikanen kozen een erkende kletsmajoor als president. Gaat Nederland ook die kant op? Maarten ziet het zonnig in, zolang we het parlementaire systeem met rust laten.

Het gaat slecht met de democratie, zo zegt men. Het aantal nieuwe democratieën groeit al jaren niet meer en tal van democratieën vertonen regressief gedrag. Ze veranderen binnen enkele jaren in dictatoriale of semi-dictatoriale systemen. Gaat het hier werkelijk om een breuk van wereldhistorische proporties, of is het slechts een klein deukje in de lange zegetocht van de democratie? En hoe staat het met de Nederlandse democratie, die eind maart de vierde politiek messias c.q. fantast binnen twee decennia te verwerken kreeg?

In de internationale discussie over het veronderstelde falen van de democratie gaat het altijd over landen als Turkije, Rusland, Polen, Hongarije en Venezuela. Die leken redelijk op weg naar de vestiging van een echte democratie. Maar vervolgens kwam er, geheel volgens de democratische procedures, een leider aan de macht die de ontluikende democratie bekwaam sloopte: alle genoemde landen worden nu op z’n minst zeer autoritair bestuurd. Opposanten en minderheden zijn er kansloos.

Het is merkwaardig maar veelzeggend dat deze autocratische leiders niet alleen in eigen land, maar ook daarbuiten bewonderd worden. En ze stellen brutaal dat hun illiberal democracies een voorbeeld zouden moeten zijn voor de sleetse democratieën elders.

Een verlangen naar een 'sterke leider' is sluimerend aanwezig in vrijwel elke samenleving

Nu is natuurlijk de vraag of de pervertering van de democratie in landen als Turkije, Rusland en Venezuela daadwerkelijk een bewijs is voor de structurele zwakte van de democratie, voor de stelling dat de democratie blijvend op haar retour is. Eerlijk gezegd geloof ik dat helemaal niet, en dat is niet omdat ik een onverbeterlijke optimist ben.

Alle genoemde landen waren relatief nieuwe democratieën en er was geen sprake van een sterk verankerde democratische traditie of een diep geloof in de rechtsstaat. Ze bevonden zich nog in de geboortefase van de democratie toen ze deels werden geplaagd door gebeurtenissen die bij een meerderheid van de bevolking een sterk gevoel van onveiligheid veroorzaakten. Denk aan de chaos in Rusland in de jaren negentig en de pijnlijke kennismaking van de Oost-Europese landen met de moderne, kapitalistische samenleving. Dergelijke onzekerheden boden autocratische leiders unieke kansen.

Een verlangen naar een ‛sterke leider’ is sluimerend aanwezig in vrijwel elke samenleving. Ja, zelfs in Nederland. De kans dat hier op afzienbare termijn een sterke leider aan de macht komt is echter verwaarloosbaar klein – dat hoop ik althans. Hetzelfde geldt voor de andere West-Europese democratieën. Een dictator in België of Denemarken valt moeilijk voor te stellen, want in die landen is de democratie immers sterk verankerd. België zou bovendien op z’n minst twee dictators nodig hebben: een voor de Walen en een voor de Vlamingen.
 

Charlatan

Toch kan het ook in een diepgewortelde democratie misgaan. Sinds 2016 vormen de Verenigde Staten het meest onrustbarende geval onder de geperverteerde democratieën, terwijl het een van de oudste democratieën is – een democratie bovendien die ons sedert de Tweede Wereldoorlog uitentreuren ten voorbeeld is gesteld. De verkiezing van Donald Trump heeft een schok veroorzaakt in de wereld van politicologen. Volgens velen deed de nieuwe president overal de democratie wankelen. Want als in de VS een rechts-populistische demagoog, erkende kletsmajoor en charlatan gekozen kan worden, hoe staat de liberale democratie er in het Westen dan werkelijk voor? Zijn mijn geruststellende woorden hierboven wel terecht? Kan een soort Trump ook in Nederland of Denemarken aan de macht komen? Moeten we ons daartegen niet wapenen, en hoe dan?

Het kan geen kwaad om een soort early warning system te ontwikkelen voor uit de hand lopend populisme

Aan al die vragen moet een andere voorafgaan: in hoeverre is de Amerikaanse democratie te vergelijken met de West-Europese democratieën, die evident de meest solide democratieën in de wereld zijn? Ik kan u geruststellen: die vergelijking gaat mank. De VS kennen maar twee serieuze partijen, en de Republikeinse Partij heeft zich in de afgelopen vier decennia stap voor stap ontwikkeld tot een sterk geïdeologiseerde systeemvijandige partij. Het is de grondige corruptie van de Gand Old Party die ons Trump heeft gebracht. De GOP had moeten voorkomen dat een gevaarlijke schertsfiguur als Trump zich kon kandideren. Maar de partij heeft gefaald als poortwachter van het politieke systeem.

Dan blijft de vraag of Trump van plan is – en in staat is – om van de VS een autocratie te maken, ongeveer zoals Orbán met Hongarije heeft gedaan. Ik ben er vrij zeker van dat hij dat niet zal doen. Hij mist daarvoor de gedrevenheid en de talenten, en bovendien is het Amerikaanse politieke systeem veel te omvangrijk en complex.

Dan resteert nog steeds de klemmende vraag of het onder omstandigheden mogelijk zou zijn van Nederland of Denemarken een autocratie te maken. In beide landen is immers al jaren sprake van een relatief omvangrijk en luidruchtig rechts-populisme. Gelukkig is een absolute meerderheid voor een rechts-populistische, autocratische politiek leider in een van deze landen uiterst onwaarschijnlijk.

Het kan echter helemaal geen kwaad om op onze hoede te zijn, om een soort early warning system te ontwikkelen voor uit de hand lopend populisme. Het boek How Democracies Die van Daniel Ziblatt en Steven Levitsky biedt daarvoor een soort instrumentarium. De auteurs noemen een aantal criteria die de poortwachters van de democratie in staat stellen potentiële vijanden te herkennen: 1. De populisten verwerpen de democratische spelregels in woord en daad; 2. De legitimiteit van de politiek tegenstanders wordt ontkend: dat zijn landverraders; 3 De populisten tolereren en/of bevorderen geweld; 4. Ze zijn bereid de vrijheden van hun politiek tegenstanders en van de media te beperken.

Toetsen we de PVV en Forum voor Democratie aan deze criteria, dan scoren ze slecht op de eerste twee punten. Zowel Wilders als Baudet heeft bij herhaling beweerd dat de Nederlandse democratie een nepdemocratie is, met een nepparlement. Ook andere belangrijke instituties heeft bijvoorbeeld Baudet beschuldigd van nep-onderzoek en nep-feiten. CBS, CPB of SCP – het zijn allemaal verdachte linkse instellingen. ‛Cultuurmarxisten’ – wie dat dan ook zijn – en vrienden van de islam worden door Wilders en Baudet al snel benoemd als landverraders.

Maar op de laatste twee punten valt het allemaal mee. Geen van beide partijen tolereert geweld of heeft ooit opgeroepen om geweld te gebruiken. En bij mijn weten heeft de PVV nooit opgeroepen tot beperking van de vrije meningsuiting. Wel heeft Baudet dreigende uitspraken gedaan, omdat hij denkt dat het hele culturele establishment, in de ruimste betekenis van dat woord, bezig is de Westerse Beschaving ten grave te dragen.
 

Querulanten

De auteurs van How Democracies Die zijn van mening dat populisten die een evidente bedreiging vormen voor de democratie geïsoleerd moeten worden, desnoods met ‛grote coalities’ van alle niet-systeemvijandige partijen. Of ze dat ook zouden vinden ten aanzien van PVV en Forum voor Democratie is mij niet duidelijk. Zelf aarzel ik daarover. Ik vond Rutte I, gedoogd door de PVV, een gruwel, maar vond het nog net passen binnen het raamwerk van de Nederlandse parlementaire democratie.

De populistische partijen LPF, TON en PVV hebben bovendien voornamelijk zichzelf gemarginaliseerd: de LPF doordat het een gezelschap van querulanten en ruziemakers was, TON doordat het bestond uit gebakken lucht en de PVV doordat de partij traag vastliep in een bozige paranoia.

Hoe het Forum zal vergaan, weet ik niet. Gezien de zonderlinge programmatische voornemens van die partij, die feitelijk onuitvoerbaar zijn, en de volkomen geschifte toespraak van Baudet bij gelegenheid van de overwinning bij de Provinciale Staten-verkiezingen, ligt isolement voor de hand. Of er moet heel veel water bij de wijn worden gedaan, en dat zullen de boze kiezers van Forum niet leuk vinden.

In Nederland is de opkomst bij verkiezingen voor de Tweede Kamer structureel hoog. Dat is een teken van vertrouwen

Geen van de messianistische clubs heeft meer dan zo’n 16 procent van het electoraat weten te mobiliseren. Een in essentie conservatief land als Nederland hebben ze niet blijvend op sleeptouw kunnen nemen. Wellicht ten overvloede: de vier messiassen spraken en spreken niet namens het Nederlandse volk, wat de media in hun meestentijds redeloze opwinding ook mogen beweren.

Hun succes is ook geen bewijs voor het falen van de parlementaire democratie. Het succes is voor een groot deel het gevolg van een sterk veranderde mediacultuur, en de partijen zijn producten van de snelle, oppervlakkige opwinding van de ‛dramademocratie’, en van de aanhoudende radicalisering en vertwittering van het politieke terrein rechts van VVD en CDA.

Die redenering geeft mij reden om te constateren dat de Nederlandse democratie heel behoorlijk werkt. Dat is geen populair standpunt, maar het kan goed onderbouwd worden. Het blijkt allereerst uit het feit dat een ruime meerderheid van de Nederlanders volgens onderzoek vertrouwen heeft in de democratie. Opmerkelijk genoeg is het vertrouwen in politici en politieke partijen desondanks gering. Vandaar wellicht een nogal naïef verlangen naar steeds nieuwe partijen.

In Nederland is de opkomst bij verkiezingen voor de Tweede Kamer structureel hoog: steeds boven de 75 procent. Bij de laatste verkiezingen lag het percentage zelfs op ruim 80. Dat is een teken van vertrouwen!

Er wordt vaak beweerd dat er een groot verschil is tussen hoog- en laagopgeleide kiezers, maar onderzoek bevestigt dat niet. Evenmin wijst onderzoek op een gevaarlijke kloof tussen kiezers en gekozenen.
 

Ontevreden burgers

Toch sleept de kritiek op de Nederlandse democratie maar door. Sinds het spectaculaire debuut van D66 zijn deskundigen het erover eens dat de Nederlandse democratische instituties hoognodig gedemocratiseerd moeten worden. En de receptuur voor die democratisering is sinds de jaren zestig nauwelijks veranderd.

Zie bijvoorbeeld het eind vorig jaar gepubliceerde lijvige rapport van de Staatscommissie Parlementair Stelsel, onder voorzitterschap van Johan Remkes. De commissie constateert weliswaar ook dat de Nederlandse democratie goed functioneert, maar toch vindt ze aanpassingen noodzakelijk.

Wat is er dan mis? Veel kiezers, zo stelt de commissie, voelen zich niet vertegenwoordigd. Dat wil ik graag geloven, maar het lijkt mij niet noodzakelijk een tekort van de parlementaire democratie. Ik voelde mij ook niet vertegenwoordigd door het stuitende kabinetje-Rutte I, maar dat zegt niets over de stand van de democratie. 

De commissie vindt het ook betreurenswaardig dat de Tweede Kamer soms besluiten neemt waar een meerderheid van de Nederlandse kiezers het niet mee eens is. Maar dat moet kunnen, zou ik zeggen. Hoogstwaarschijnlijk weet de Kamer het dan beter dan de meerderheid van de kiezers; daar is die Kamer ook voor.

Verder schrijft de commissie dat de democratie niet voor iedereen even goed werkt. Ook dat geloof ik graag, en ook dat lijkt me niet te vermijden. Hoe je de democratie ook hervormt, er zullen altijd ontevreden burgers blijven. Realisme is hier geboden.

De commissie vermeldt ook de hierboven genoemde democratisch gekozen leiders die zich ontwikkelen tot autocratische vijanden van de democratie. In hoeverre een dergelijke ontwikkeling ook in Nederland mogelijk is blijft in het rapport echter ongewis. Wel komt de commissie vervolgens tot een aantal kleine en grote hervormingsvoorstellen.

Zo moet er wetgeving komen over de campagnefinanciering, moet de Tweede Kamer meer onderzoeksfaciliteiten krijgen en dient op school meer aandacht te worden gegeven aan ons politieke systeem. Daar zal iedereen het snel mee eens zijn.

Met de grote hervormingsvoorstellen is dat bepaald anders. De commissie beveelt een bindend correctief referendum aan, een gekozen formateur en een Constitutioneel Hof, naar voorbeeld van het Amerikaanse Supreme Court. Van die drie voorstellen ben ik geen voorstander.

De eerste twee zijn strijdig met onze grondwet en tasten de soevereiniteit van het parlement aan. De gevaren van een bindend referendum zijn bovendien genoegzaam bekend, en referenda zijn pseudodemocratisch. Ze stellen simpele vragen over zeer complexe vraagstukken en lenen zich goed voor manipulatie en irrelevant sentiment. Het Brexit-referendum zou op dit punt toch voldoende waarschuwing moeten zijn.

Een apart gekozen formateur is vragen om politieke problemen, want wie garandeert dat de gekozen formateur ook past bij de enig mogelijke regeringscoalitie?

Het Amerikaanse Supreme Court ten slotte is een ontspoorde instelling, gepolitiseerd en gepolariseerd. Laten we die weg niet op gaan. Het Rapport-Remkes zal met grote zekerheid en geheel terecht geruisloos verdwijnen in de onderste bureaulade van het Nederlandse politieke bedrijf.
 

Vermaledijd marktdenken

Met het mechaniek van de Nederlandse parlementaire democratie is niet zoveel mis. In elk geval niet zoveel dat ons politieke systeem volledig op de schop moet. Dat neemt niet weg dat er in Nederland van alles verkeerd gaat en dat er structurele problemen zijn die de kern van de democratie raken. Dat komt door de systematische uitholling van het bestuursapparaat door het vermaledijde marktdenken.

Vrijwel iedereen was blij dat de verzuiling verdween, maar ongemerkt hebben we het kind met het badwater weggegooid

Nederland is geen waardengemeenschap meer, maar een pseudobedrijf (de BV Nederland) dat sinds jaar en dag slechts gestuurd wordt door bezuinigingsoverwegingen. Ik ontleen deze visie aan het beangstigende boekje Groter denken, kleiner doen, van Herman Tjeenk Willink. De Nederlandse samenleving, betoogt Tjeenk Willink, heeft na de ineenstorting van de verzuiling geen vervangend normen- en waardensysteem gevonden. Vrijwel iedereen was blij dat de verzuiling verdween, maar ongemerkt hebben we het kind met het badwater weggegooid. De zuilen boden een traditioneel thuis, een eigen veilige plek in de samenleving. Ze waren bovendien functioneel verbonden met het traditioneel vrij zwakke Nederlandse overheidsapparaat.

Nu zitten we met de volstrekte normatieve leegte van het neoliberalisme met zijn kale economische logica. Van soms beperkende bescherming naar een vrij, maar kil en eenzaam klimaat van ieder voor zich. Alle sociale arrangementen dienden nu vermarkt te worden. Want dat zou gecombineerd worden met een kleine, slagvaardige overheid.

Vanuit die gedachte moest eindeloos bezuinigd en gereorganiseerd worden. Solide organisaties in zorg en sociale zekerheid gingen in de steigers en verloren het vertrouwen van de burgers. De grootse belofte van dit immense project was dat de burgers veel meer vrijheid en ruimte zouden krijgen. Het tegendeel is het geval gebleken: de kosten zijn hoger geworden en de dienstverlening minder.

Burgers zijn verstrikt geraakt in een doolhof van regelgeving en verplichtingen. In tal van sectoren worden alle activiteiten overwoekerd door een kwalijke schimmel van eindeloze administratieve verplichtingen. De overheid schiet aanhoudend tekort in de uitvoering van haar taken. Steeds duidelijker is geworden dat de overheid geen bedrijf is, en dat universiteiten ook geen bedrijven zijn en dat ziekenhuizen niet louter op grond van rendement geëxploiteerd kunnen worden.

In het grote bezuinigingscircus heeft de overheid ook haar eigen expertise afgeschaft. De Rijksplanologische Dienst is opgeheven, de woningbouwcorporaties zijn ‘in de markt gezet’, Staatsbosbeheer is geprivatiseerd, Rijkswaterstaat deels gemarginaliseerd, en de Rijksgebouwendienst is veranderd in een vastgoedbedrijf. De overheid heeft deels zichzelf afgeschaft. Dat alles vanwege een geloof, een managementideologie. Zo kan de burger op tal van terreinen niet langer op de overheid rekenen. En wie niet handig is met de dikke digitale schil die de overheid rond haar gebrekkige activiteiten heeft gebouwd, zal waarschijnlijk stilletjes wegkwijnen.

Laat ik het nog eens zeggen: we moeten ophouden met de verpestende ideologie van het neoliberalisme. In de Nederlandse democratie is er, anders dan al die intellectuele columnisten steeds beweren, geen enkele behoefte aan Grote Verhalen, laat staan aan het Redden van de Westerse Beschaving. Noodzakelijk is bekwaam, vertrouwenwekkend en menswaardig bestuur.

Uit Maarten! 2019-2. 


Meer horen van Maarten van Rossem over politiek? Maarten van Rossem neemt in aanloop naar de verkiezingen de politiek van de Verenigde Staten onder de loep. In drie avonden blikt hij terug op belangrijke veranderingen in het politieke systeem, eerdere presidenten en de erfenis van Trump. Ook richt hij zijn pijlen op de toekomst: wat beslist de Amerikaanse kiezer op 3 november 2020? Bestel hier uw tickets.

maandag 17 juni 2019

Gerelateerde artikelen

'De Engelse en Amerikaanse democratie zijn ingrijpend uit de rails gelopen'

dinsdag 12 februari 2019

‘Leiders als Trump, Orbán en Erdogan zijn larger than life’

dinsdag 11 december 2018

Waarom het referendum onze democratie juist ondemocratischer maakt

maandag 19 maart 2018

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.