Maarten, Vincent en Sis van Rossem over één van hun ergernissen: sportverdwazing

Maarten, Vincent en Sis van Rossem over één van hun ergernissen: sportverdwazing

DOOR ERWIN BUTER

donderdag 5 april 2018
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Nederland is verslaafd aan sport, maar de broers (Maarten en Vincent) en zus (Sis) van Rossem moeten er weinig van hebben. Erg atletisch waren ze nooit en ze kijken zelden naar sport. In de reeks ergernissen van de familie Van Rossem deze keer: sportverdwazing.

Uit Maarten! 2010-6

Voetbalvrouwen

M: ‘De sportverdwazing in onze maatschappij is te wijten aan de media. Er valt op televisie en radio niet aan sport te ontkomen. Eigenlijk is dat niet te tolereren.’
S: ‘En dan straks de terreur van het WK…’
M: ‘Het WK! Dat begint al weken voor het toernooi met uitzendingen over alle mogelijke opstellingen. Vervolgens zie je op ieder net de spelers tijdens hun voorbereiding Hotel Huis ter Duin binnenstappen...’

S: ‘En dan moeten we ook nog alles weten over de voetbalvrouwen.’
V: ‘Hoe heet ze toch? Sylvie… Sylvie van der Vaart. Wisten jullie dat die tassen draagt van krokodillenleer?’
M: ‘Waarom weet jij dat eigenlijk? Ik bedoel maar, de waanzin van sport en alles wat eromheen hangt. Je hoort dingen die je absoluut niet wilt weten.’

V: ‘Ben jij wel eens naar een voetbalwedstrijd geweest?’ M: ‘Misschien drie keer in mijn leven. Ik herinner me een wedstrijd in de Arena. Via een sponsor had ik kaarten gekregen voor Ajax-PSV. In de pauze ging ik op zoek naar een koffiekarretje. Het vroor twintig graden en het duurt even voor je dat in zo’n stadion gevonden hebt. Bestel ik koffie, vragen ze of ik Arena-muntjes heb, terwijl ik gewoon wil betalen. Nimmer zal ik de Arena nog bezoeken.’

S: ‘Die massahysterie in zo’n stadion.’
M: ‘En je ziet niks. Het doelpunt viel net toen ik een meeuw zag overvliegen. En dan die Fside met zijn gestrekte vuisten. Afschuwelijk, wat een tribale moordzucht.’
V: ‘Hamas, Hamas, Joden aan het gas.’
S: ‘In een groep durven ze wel, de griezels.’
M: ‘Precies, die tribale driften.’
S: ‘Eng gewoon.’

Landschap

Van alle berichtgeving over voetbal is het Sportjournaal misschien wel het ergst, vinden de Van Rossems.

M: ‘Dat heb ik nooit begrepen. Om 13.00 uur is er een journaal van de NOS en aansluitend ook nog een sportjournaal. “En dan gaan we nu van onze berichtgeving over de aardbeving in Pakistan met 45.000 doden naar de sport, waar de assistent-trainer van Go Ahead Eagles vandaag is ontslagen.” Dat is natuurlijk volledig buiten alle proporties. Sportnieuws is geen nieuws.’

S: ‘En dan stellen ze de onvermijdelijke sportvraag: wat gaat er door u heen?’
M: We worden overvoerd. Waarom moeten we iedere dag van de week een voetbalwedstrijd kunnen zien?’
V: ‘We zagen de afgelopen maanden wel het mooiste voetbal van Europa. En Wimbledon, bijvoorbeeld, is ook best aardig.’

M: ‘Ik kan inderdaad wel waardering hebben voor het prachtige landschap van de Tour de France. Het mooie aan drie weken Tour is dat je Frankrijk weer hebt gezien zonder dat je ernaartoe hoeft. Maar ook dat moet vervolgens de hele avond worden nabeschouwd. Deskundigen die worden ingevlogen en daar verbitterd en jaloers zitten te doen omdat ze zelf niet mogen meefietsen. En weet je wat daar allemaal voor moet wijken?’
S: ‘Juist.’
M: ‘Documentaires verdwijnen ten onrechte omwille van de sport.’

Hoss ende prins

M: ‘De nieuwste plaag op televisie is schaatsen. De netmanager van Nederland 1 is een psychopaat. Dat begint op 1 november en eindigt pas in april. Elk weekend weer uren kijken naar diezelfde rondjes.’
V: ‘Het commentaar: “Rondje 30,8. Houdt hij dat vol? Nee! Hij maakte nu een ronde van 31,2.” En dit jaar ook nog de Olympische Spelen.’

M: ‘De Olympische Spelen! Met die achterlijke sporten.’
S: ‘Kogelstoten.’
M: ‘Speerwerpen!’

M: ‘Nu heb je sport op de publieke zenders, die we allemaal fiscaal meefinancieren. Maak één commerciële sportzender, dan ben je ervanaf. Ik zie het trouwens niet somber in, hoor; er gaan nog altijd meer mensen naar een klassiek concert dan naar een wedstrijd in het betaalde voetbal.’

V: ‘Dat zou best eens kunnen. Weet je trouwens wat pas echte sportverdwazing is? De minister-president die naar Vancouver gaat…’
M: ‘… terwijl zijn kabinet op vallen staat.’
V: ‘En dan die hossende prins, man.’
S: ‘Die ging toch iemand kussen?’
M: ‘Met klompen op zijn hoofd.’

Burgeroorlog

Het is net als bij de Romeinen, vindt de familie.

S: ‘Het volk krijgt spelen om het koest te houden.’
V: ‘Voetbal is in feite een kleine burgeroorlog tussen twee teams en hun aanhang.’
S: ‘Maar het is ook pure leegte. Sport is voor mensen die niet kunnen lezen, zich overdag kapotwerken en ’s avonds of in het weekend ook wat willen.’

V: ‘Je hebt ook pittige sporten als kooivechten, of boksen.’
M: ‘Die mensen houden er allerlei fysieke ongemakken aan over.’
V: ‘Wist je dat alles bij zo’n gevecht mag?’
M: ‘Vincent, het is scherts, het is pure oplichterij wat je ziet.’

Tegen heug en meug hebben de Van Rossems ooit zelf gesport.

V: ‘Ik moest hockeyen!’
M: ‘Ik ook.’
V: ‘Echt waar?’
M: ‘Onder dwang van opa Peer. Hij vond dat het gezond voor je was.’
V: ‘Ik was bang voor de bal; die heeft een gigantische snelheid.’
S: ‘Levensgevaarlijk.’
V: ‘Je had destijds geen bescherming. Ik kon er niks van. Ik rookte al.’

M: ‘E-Bay had je nog niet, anders had ik die stok verkocht.’
S: ‘Stick, het is een hockeystick.’

V: ‘Sportverdwazing bestond toen niet. Je had geen hockey op televisie, zoals nu. Trouwens, waarom zou je? Die bal zie je toch niet op dat scherm.’
S: ‘Dat jullie op hockey zaten, dat wist ik niet.’
M: ‘En dat je familie je daartoe kan dwingen. In straatvoetbal excelleerde ik trouwens ook niet. Hoe vaak heb ik niet een bal door de ramen geschoten?’
S: ‘Ik mocht juist niet op sport.’

Krijsende kinderen

V: ‘Ik had wel een voldoende voor gym, omdat ik tijdens de les niet opviel.’
M: ‘De enige die geen diploma heeft voor gym, was ik. Ik had altijd een vier.’
S: ‘Jij, Maarten, was een disaster bij gymnastiek. Elk jaar wist jij de sportdagen op school te verzieken door alles tegen te werken. De sportleraar werd dan zó driftig.’
M: ‘Dat was terecht. Je moest de gekste dingen doen op gym.’
S: ‘Mijn lerares stelde een team samen met alleen goede mensen, dat natuurlijk won. Ik weigerde daaraan mee te doen. Toen mocht ik niet naar de gymles. Gelukkig stond ma achter mij.’

S: ‘We kunnen ons niet optrekken aan onze armen. We hebben gewoon geen spieren.’
M: ‘Jongens die niet kunnen sporten, leggen zich toe op andere zaken.’
S: ‘Jullie werden als kind gepusht om naar sport te gaan...’
M: ‘… niet om boeken te lezen. Dát is pas een schande.’
S: ‘Belachelijk.’
M: ‘Terwijl je iets heel anders wilt doen.’
V: ‘Denk aan al die ouders die hun kinderen dwingen tot topsport. De Krajiceks.’
M: ‘Agassi, niet te vergeten.’

Hysterie

M: ‘Laten we eens tolerant zijn. In ruil voor alle aandacht voor sport op televisie wil ik evenveel belangstelling voor cultuur en wetenschap. Nu is het zo ongelijk. Negentig procent gaat op aan die onbeschrijflijke onzin en tien procent aan cultuur.’
V: ‘Nog niet eens.’
M: ‘De samenleving drijft op de moderne wetenschap, maar onze helden zijn sporters.’ S: ‘Mensen die achter een bal aan rennen. Bij elk groot toernooi ontstaat bij ons in de straat een hysterie die aan het ongelooflijke grenst. Ik ben er echt bang voor. Je doet zelf niet mee en dan smijten ze de ramen in. Het huis gaat in de fik.’
M: ‘Overal moet je met de kudde meedoen, anders ben je onnationaal.’

Uit Maarten! 2010-6

donderdag 5 april 2018

Gerelateerde artikelen

Maarten, Vincent en Sis van Rossem over één van hun ergernissen: het Nederlandse onderwijs

donderdag 8 maart 2018

'Een meesterwerk? Wat is nou een meesterwerk?'

woensdag 6 december 2017

Sporthater Maarten van Rossem en liefhebber Ad van Liempt volgen het Tourparcours

maandag 27 november 2017