Vergeef ons onze schulden

DOOR BART DE KONING

De wereld is verslaafd aan schuld. Nooit eerder stonden overheden, bedrijven en particulieren zo diep in het rood. Maar centrale bankiers gaan de rentes weer verhogen. Daardoor dreigen velen te bezwijken onder hun schulden. Er zit niets anders op dan die op grote schaal kwijt te schelden.

Uit Maarten! 2022-2. Bestel het nummer hier.

Twaalf procent – zoveel rente moeten Britse studenten mogelijk gaan betalen over hun studieschulden. In het Verenigd Koninkrijk is de rente over die schulden gekoppeld aan de inflatie – en die loopt daar, net als in de rest van de wereld, hard op. Het zou betekenen dat iemand met een studieschuld van 50.000 pond mogelijk 500 pond per maand aan rente moet gaan betalen.

Dit is slechts een van de talloze voorbeelden van de gigantische schuldencrisis waar overheden, bedrijven en particulieren over de hele wereld mee kampen. Gigantisch is in dit verband precies het juiste woord. Volgens het International Institute of Finance (IIF) bedraagt de totale schuld in de wereld op dit moment 303.000 miljard dollar. Dat is 351 procent van het wereldwijde bruto binnenlands product. Het is de laatste jaren hard gegaan: in 2015 was dat percentage nog 210.

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) waarschuwt in zijn laatste Global World Economic Outlook dat de schulden overal op recordniveau staan en dat overheden nog nooit zo kwetsbaar waren voor stijgende rente als nu. Het woord ‘schuld’ valt 326 keer in het rapport van 200 bladzijden – veel vaker dan woorden als ‘inflatie’, ‘recessie’, ‘crisis’, ‘oorlog’ of ‘klimaat’.

 

Schuldmultiplier

Problematische schulden steken overal de kop op. Denk bijvoorbeeld aan het Chinese vastgoedbedrijf Evergrande, dat de afgelopen jaren met geleend geld ongelooflijk hard gegroeid is, maar nu zijn schuld van omgerekend 260 miljard euro niet meer kan betalen. Daarna kwamen in een soort domino-effect ook concurrenten Oceanwide, Sinic Holdings, China Properties Group en Fantasia in de problemen. Vastgoed was jarenlang een grote motor achter de economische groei van China, en als die sector in elkaar klapt doet dat flink pijn.

De schuldencrisis is ook zichtbaar bij Nederlandse ondernemers die corona ternauwernood overleefd hebben, maar nu alsnog in betalingsproblemen komen omdat Den Haag geen steun meer geeft. Of bij huizenkopers die zich tot de nek in de schulden moeten steken om überhaupt een kans te maken op de huizenmarkt. Nog los van de recente crises kampt ruim 8 procent van de Nederlandse huishoudens structureel met problematische schulden.

Schuld zit dus overal, dwars door landen en sectoren heen. Europese centrale bankiers kijken met angst en beven naar landen als Italië, Griekenland, Spanje en Cyprus. Die hadden altijd al een hoge staatsschuld, maar die is de laatste jaren nog veel harder opgelopen: eerst door de kredietcrisis van 2008 en vervolgens door corona. En hoe hoger de schuld, hoe zwaarder de economische klap door de pandemie. Economen spreken van een schuldmultiplier: landen die al diep in het rood stonden, zoals Griekenland, zagen de schulden nog harder stijgen dan landen met gezonde overheidsfinanciën, zoals Nederland.

 

Historisch hoge beurskoersen

Tot nu toe was die schuldenlast hanteerbaar, omdat de Europese Commissie met omvangrijke steunpakketten kwam en de Europese Centrale Bank de rente laag of zelfs onder nul hield. Maar dat rentebeleid lag van het begin af aan – dus al sinds de kredietcrisis van 2008 – politiek gevoelig. Het komt erop neer dat kapitaalkrachtige Noord-Europese landen met solide financiën de kwakkelende Zuid-Europese landen overeind houden.

Het was altijd al lastig te verkopen aan Nederlandse en Duitse spaarders dat ze geen rente ontvangen. Dat voelt niet alleen oneerlijk voor individuen, het is ook schadelijk voor de economie als geheel. Spaarders en beleggers zijn op zoek gegaan naar rendement en gingen massaal beleggen op de beurs en in vastgoed. Het leidde tot historisch hoge beurskoersen en een overspannen huizenmarkt. Na zo’n boom volgt onvermijdelijk een bust.

Het was dus al jaren duidelijk dat centrale banken de rente ooit weer eens zouden moeten verhogen – al was het maar om spaarders een veilig alternatief te kunnen bieden en zo de enorme druk van de beurzen en huizenmarkt af te halen. De noodzaak voor een renteverhoging is nu groter dan ooit. De inflatie loopt wereldwijd hard op: het IMF verwacht dit jaar een inflatie van 5,3 procent in de eurozone en 7,7 procent in de Verenigde Staten. Inflatie holt de koopkracht uit en is in feite een verborgen belasting op vermogen: spaarders kregen al geen rente en zien bovendien hun geld nu met de dag minder waard worden.

 

Wobke & Wiebes-Fonds

In zo’n situatie schrijven de economische handboeken voor dat de rente omhoog moet om de gierende inflatie af te remmen. Dat is een effectief medicijn, maar wel met veel pijnlijke bijwerkingen. Een hogere rente remt bijvoorbeeld ook investeringen af, juist op een moment dat de wereldeconomie vast dreigt te lopen. Het IMF schetste in zijn laatste World Economic Outlook een apocalyptisch beeld: zware krimp in Rusland en Oekraïne, fragmentatie van de wereldeconomie door boycots en handelsoorlogen, stijgende energie- en voedselprijzen, met sociale onrust tot gevolg, logistieke problemen door corona en een klimaatcrisis die om maatregelen vraagt.

En daarbovenop dus een enorme berg schulden. Die zullen voor veel landen, bedrijven en individuen onbetaalbaar worden als de rente stijgt. Het pijnlijke is dat de landen die het diepst in de schulden zitten dubbel geraakt worden. Ze moeten niet alleen meer rente gaan betalen, maar ze hebben ook niet meer de mogelijkheid om geld in hun economie te pompen. Waar Haagse politici nog kunnen beschikken over de miljarden uit bijvoorbeeld het ‘Wobke & Wiebes-Fonds’ (een grote pot met geld voor investeringen die bedacht is door Eric Wiebes en Wobke Hoekstra), kijken politici in Athene en Rome naar een lege schatkist.

Diezelfde ongelijkheid zien we ook op individueel niveau. De stijgende inflatie raakt arme mensen veel harder dan rijke, omdat ze een relatief groot deel van hun inkomen kwijt zijn aan voedsel en energie. En stijgende rentes raken ook mensen met problematische schulden – die veel rood staan en op afbetaling kopen – disproportioneel hard.

 

Goud en de dollar

Schulden zijn zo oud als de wereld, maar onze huidige verslaving aan schuld is pas goed begonnen in 1971. In dat jaar liet Nixon de koppeling tussen goud en de dollar los. Voorheen konden er alleen dollars bijgedrukt worden als er een zekere voorraad goud als dekking tegenover stond. Het loslaten van die koppeling maakte economische groei op basis van schulden mogelijk, zo vertelde de Nederlandse macro-econoom Edin Mujagic onlangs in een interview: ‘Op zich is er niets mis met lenen in plaats van sparen. Maar zoals altijd geldt ook hier: mits het met mate gebeurt. Als je schulden blijft opbouwen, jaar in jaar uit, vijftig jaar lang, is het onvermijdelijk dat je op een punt aankomt waar je schulden veel te hoog zijn.’

Het onderliggende probleem is domweg dat er te veel geld is bijgedrukt

De gierende inflatie die we nu meemaken komt voor een deel doordat de prijzen van producten als olie, staal en voedsel stijgen. Maar het onderliggende probleem is domweg dat er te veel geld is bijgedrukt. ‘Geld is net als elk ander goed: hoe meer ervan is, hoe minder het waard wordt. En als we de afgelopen tien, vijftien jaar ergens geen tekort aan hebben gehad, is het geld.’ Renteverhogingen, hoe pijnlijk ook, zijn de enige manier om die inflatie onder controle te krijgen. Maar daar lopen we dus tegen het probleem van de onbetaalbare schulden aan.

De naderende schuldencrisis – of beter gezegd: de schuldencrisis waar we al middenin zitten – komt niet als een verrassing. De eigenzinnige Tsjechische econoom Tomáš Sedláček waarschuwde er in 2011 in zijn boek De economie van goed en kwaad al voor. We zijn verslaafd geraakt aan schuld, omdat die onbeperkte economische groei mogelijk maakt – of lijkt te maken. Bij elke crisis zijn de schulden weer groter geworden en dus ook de problemen. De wereld heeft niet naar de Tsjech geluisterd, want de afgelopen jaren is de schuld, zoals gezegd, spectaculair toegenomen.

 

Kwijtschelden

Een van de oplossingen waar Tomáš Sedláček op wijst is het kwijtschelden van schulden. Het is een duizenden jaren oude traditie. ‘Vergeef ons onze schulden, gelijk wij ook vergeven onze schuldenaren.’ Het woord ‘schulden’ wordt hier meestal geïnterpreteerd als ‘zonden’, maar in het Griekse origineel staat opheilemata, wat ‘financiële schulden’ betekent. Het ging dus letterlijk om het vergeven van schulden, zodat mensen weer verder konden met hun leven. Het boek Leviticus in het Oude Testament spreekt over sabbatsjaren, waarbij eens in de zeven jaar alle schulden vergeven werden.

Kwijtschelden van schulden ligt in een calvinistisch land als Nederland gevoelig. Schuld heeft niet alleen een puur financiële betekenis, maar ook een morele. Er is een plicht om schulden af te lossen. Kwijtschelden voelt niet eerlijk en er dreigt wat economen moral hazard noemen. Dat is een soort losbolligheid die de eigen verantwoordelijkheid ondergraaft: er lekker op los lenen en leven, en als het misgaat laat je de schuldeiser met de brokken zitten.

Schulden kwijtschelden ligt gevoelig in een calvinistisch land als Nederland

Om dat te voorkomen is een streng beleid nodig. Die opvatting is terug te vinden in de keiharde aanpak van mensen met schulden aan de overheid, bijvoorbeeld omdat ze nog openstaande boetes hebben of toeslagen terug moeten betalen. Ook al gaan er gezinnen aan kapot en groeien er kinderen in armoede op, het geld moet tot de laatste euro terug, inclusief oplopende boetes en strafrente. Pas sinds de toeslagenaffaire pleiten politici voor een mildere aanpak en hebben rechters aangekondigd de burger beter te gaan beschermen.

 

Schnapps und Frauen

Diezelfde snoeiharde houding hebben Nederlandse politici in de buitenlandse politiek. Toen Griekenland dreigde te bezwijken onder de schulden en kwijtschelding de enige realistische optie was, zei de toenmalige minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem dat dat de ‘aller-, aller-, allerlaatste maatregel’ was. Hij verweet de zuidelijke landen erop los te leven, met Schnapps und Frauen. Zijn opvolger Wopke Hoekstra vond het nodig om op het dieptepunt van de coronacrisis, toen in Noord-Italië de legertrucks met stoffelijke overschotten door de straten reden, de zuidelijke landen gebrek aan begrotingsdiscipline te verwijten.

Het is goed om hier nog even bij te stil te staan, want met de oplopende rentes zullen landen als Italië en Griekenland, maar ook ontwikkelingslanden straks geheid weer in de problemen komen. Dat hoeft niet per se in dezelfde acute crisissfeer te gebeuren als tijdens de Griekse kredietcrisis. Europese politici en bankiers zijn inmiddels behoorlijk doorkneed in de aanpak van financiële crises – de dramatische ineenstorting van de eurozone is iets te vaak voorspeld om nog geloofwaardig te zijn. Maar de ECB kan niet eindeloos doorgaan met schulden opkopen van.

De financiële markten calculeren de naderende problemen al in: Griekenland betaalt nu al 2 procentpunt meer rente dan het solide Duitsland. Dat betekent dat het kwijtschelden of herstructureren van schulden onvermijdelijk weer op tafel komt te liggen. In plaats van calvinistische preken te houden, valt te hopen dat de Nederlandse regering een realistischer koers vaart. Kwijtschelden doet altijd pijn – bankiers spreken van een haircut –, maar is bij ernstige financiële crises vaak de enige oplossing. Een flink deel van de Latijns-Amerikaanse landen heeft de afgelopen decennia op die manier een nieuwe start kunnen maken.

 

Wirtschaftswunder

Morele verontwaardiging helpt daarbij niet. Na de Eerste Wereldoorlog dwongen de overwinnaars Duitsland tot enorme herstelbetalingen: Le boche payera tout! (‘De mof gaat alles betalen’). John Maynard Keynes, toen nog een jonge ambtenaar van het Britse ministerie van Financiën, voorzag enorme problemen: ‘Als we bewust mikken op de verarming van Centraal-Europa, durf ik te voorspellen dat de wraak niet zachtzinnig zal zijn,’ zo schreef hij in 1919 in The Economic Consequences of the Peace.

Na de Tweede Wereldoorlog pakten de geallieerden het slimmer aan. Van de openstaande Duitse schuld van 125 miljard DeutschMark hoefde het land er maar 13 miljard te betalen. ‘Een haircut waar Zuid-Europa alleen maar van kan dromen,’ zo schreef financieel-economisch journalist Jesse Frederik hierover een aantal jaren geleden op Follow the Money.

Nederland was een van de grootste schuldeisers en had zo’n 6 miljard mark tegoed, plus nog eens dik 25 miljard oorlogsschade. De Nederlandse regering stelde zich hard op, maar moest onder Amerikaanse druk inbinden en kreeg in totaal slechts 325 miljoen mark vergoed. De ruimte die Duitsland na de oorlog kreeg maakte de weg vrij voor het Wirtschaftswunder. En daarmee dus ook voor Europese economische samenwerking en uiteindelijk de euro. Dat Duitsland Nederland (en de rest van Europa) vrijwel niets terugbetaalde voelde uiteraard zeer onrechtvaardig, maar het was uiteindelijk wel in ons belang. Dat is een belangrijke les, want een failliet of kwakkelend Zuid-Europa is ook niet in ons voordeel.

 

Wicked problem

Maar kwijtschelden is het oplossen van problemen achteraf. ‘Onze tijd gaat misschien de geschiedenis in als het tijdperk van de schulden,’ schrijft Tomáš Sedláček. ‘In de afgelopen decennia zijn onze schulden niet toegenomen uit gebrek, maar uit overschot, uit onmatigheid.’ Schulden maken – om te consumeren, om huizen te kopen, om de economie kunstmatig op te jagen – is een doel op zich geworden. ‘Elke economische crisis wordt veel erger als wij voortdurend de last van die schuld moeten dragen.’ Sedláček pleit daarom voor matiging, voor de ouderwetse ‘gulden middenweg’ van Aristoteles.

Een belangrijk moreel argument daarbij is dat we schulden doorgeven aan onze kinderen. Dat is niet per se fout; als het gaat om investeringen in onderwijs, dijken of schone energie profiteren zij er ook van. Het is wel kwalijk als ze schulden erven die voortkomen uit potverteren of speculatie.

Een failliet Zuid-Europa is niet in ons voordeel

 Er is niet één, eenvoudig recept om de schuldenproblematiek aan te pakken. Elk land, elke sector is weer anders. De Chinese vastgoedmarkt saneren, de Griekse staatsschuld herstructureren en het uit de brand helpen van Britse academici met een molensteen om hun nek vragen elk een eigen aanpak. Het is wat wetenschappers een wicked problem noemen: het is complex en lastig, en er zijn geen makkelijke oplossingen.

Oplossingen kunnen elkaar zelfs tegenwerken. Als de Nederlandse overheid de belastingschuld zou kwijtschelden van ondernemers die in de problemen zijn geraakt door corona, zal de staat het ontstane gat zelf moeten financieren. Dat kan alleen door geld te lenen, want de belastingen verhogen of bezuinigen veroorzaakt weer nieuwe ellende.

 

Hypotheekrenteaftrek

In Nederland is de staatsschuld goed te hanteren, maar zit het probleem meer in de particuliere sector. Ons land heeft, na Denemarken, de hoogste hypotheekschuld van Europa: zo’n 775 miljard euro, 92 procent van het bnp. Tegenover die schuld staat natuurlijk de waarde van de woningen, maar het is wel een zorgelijk hoog bedrag. Bij stijgende rentes neemt de hypotheek een steeds grotere hap uit het besteedbaar inkomen van burgers. Niet voor niets waarschuwen instellingen als De Nederlandsche Bank hier al jaren tegen.

De oorzaak is bekend: de Nederlandse overheid beloont een zo hoog mogelijke hypotheekschuld met een flinke maandelijkse subsidie: de hypotheekrenteaftrek. Omdat kopers met staatssteun meer geld kunnen lenen, worden ook de huizenprijzen onnodig opgejaagd. De aftrek is, onder zware internationale druk, inmiddels wel ingeperkt, maar nog niet weg. Het is een van de heilige koeien van de Nederlandse politiek, waar vooral VVD en CDA moeilijk afscheid van kunnen nemen.

Hoopgevend is dat Nederland de studiebeurs weer gaat invoeren. Het kabinet-Rutte II had die in 2015 afgeschaft en vervangen door een leenstelsel, waarbij generaties studenten naar goed Angelsaksisch voorbeeld volgestouwd worden met schulden. Dat kan tot dramatische toestanden leiden, zoals nu in Groot-Brittannië. Het kabinet wil de pechgeneratie die wel moest lenen nu compenseren met een miljard euro, 1000 euro per persoon.

Dat is een fooi, en het voelt niet eerlijk voor de studenten met tienduizenden euro’s schuld. Als de geschiedenis één ding laat zien, is dat dat de oplossing voor schulden zelden eerlijk voelt. Maar alles beter dan voortmodderen totdat het probleem onbeheersbaar wordt.

Bart de Koning is econoom en journalist.


Kaders

 

Problematische schulden

8,3 procent van de huishoudens (650.700 huishoudens) heeft problematische schulden.

Rotterdam heeft met 15,8 procent huishoudens met problematische schulden het hoogste percentage, gevolgd door Lelystad (14,8 procent) en Almere (14,2 procent). (Bron: CBS)

 

Schuld en gezondheid

Mensen met problematische schulden maken tot 30 procent meer kosten voor geestelijke gezondheidszorg. (Bron: CPB)

 

Schuldstatistieken CBS

https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/de-nederlandse-economie/2022/achtergrond-bij-de-huizenprijsstijgingen-vanaf-2013/4-financiering-van-woningen

 

Schuldstatistieken IMF

https://www.imf.org/external/datamapper/datasets/GDD

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Gerelateerde artikelen

Het gevaar van sociale ongelijkheid

‘De obesitasgolf gaat ons overspoelen’

Hoe komen we uit de woningcrisis?

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.