Leer eens van België!

DOOR ANOUK VAN KAMPEN

Europe’s strangest country, failed state, een land waar alles stil lijkt te staan – België kampt met een slecht imago. Onterecht, vindt de Nederlandse Anouk van Kampen, die sinds vijf jaar in België woont. Nederland kan van het land leren.

Uit Maarten! 2022-2. Bestel het nummer hier.

In het voorjaar van 1864 verhuisde de Franse dichter Charles Baudelaire van Parijs naar Brussel. Hij was op de vlucht voor schuldeisers, leed aan syfilis, en hoopte in de hoofdstad van de natie die pas sinds 1830 bestond de erkenning te vinden die in Frankrijk was uitgebleven.

Zijn driejarige verblijf liep niet helemaal zoals verwacht. In Arm België uit de dichter onverbloemd zijn mening over het land. België is ‘een van de kringen van de hel’, schrijft hij in het nooit afgemaakte pamflet waarin hij België uitgebreid afbreekt: ‘In stukken gehakt, verdeeld, overweldigd, overwonnen, geslagen en bestolen – maar België vegeteert nog steeds als een wonderbaarlijk weekdier. (…) België is een monster.’

Charles Baudelaire – het uitblijven van literair succes zal er zeker iets mee te maken hebben gehad – was misschien wel de grootste België-hater uit de geschiedenis van het land. Maar hij is zeker niet de enige. Het beeld van België is, ruim 150 jaar nadat Baudelaire het land verliet om in 1867 in Parijs te sterven, niet zóveel verbeterd. Dat Vlaams-nationalisten – overigens zeker niet in de meerderheid in België – het land het liefst zouden splitsen of zich in sommige gevallen zelfs nog liever bij Nederland zouden aansluiten, is breed bekend. Maar ook buiten die groep wordt vaak op z’n best met zelfspot naar het land gekeken.

Behalve de clichés weten veel mensen weinig over België

Volgens sommigen is België een failed state en Brussel een hellhole (aldus Donald Trump). Wat milder gestemd, maar nog altijd clichématig, schreef The Economist vorig jaar in een artikel over ‘Europe’s strangest country’, waar ‘overleven’ een bepaald soort ‘gemoedstoestand’ vereist: ‘een vermogen om om te gaan met een manier van leven die soms verontrustend, soms prachtig, maar altijd raar is.’ Of wat te denken van het ‘Belgische karkas’ dat blijft ‘ontbinden zonder ooit volledig te imploderen’, zoals politiek filosoof Anton Jäger in De Morgen schreef?

Dronken tante

Zelfs in liefdesverklaringen over het land lijkt echt enthousiasme moeilijk. Een Britse columnist van The Brussels Times die net de Belgische nationaliteit had aangenomen noemde het ‘een chaotisch, frustrerend land’ waar hij van houdt ‘zoals van een dronken tante of praatzieke oom’. De cijfers spreken boekdelen: Belgen geven hun land volgens een onderzoek van een paar jaar geleden gemiddeld een zes, en alleen Polen telt meer mensen die de overheid wantrouwen, bleek uit onderzoek van de OESO.

Zowel binnen als buiten België kampt het land dus met een slecht imago. En volledig ongelijk hebben de sceptici natuurlijk niet. België is een land met drie talen, drie gewesten, drie gemeenschappen en zes regeringen. Een land met vier klimaatministers, landsdelen die radicaal tegenovergesteld stemmen (links in Wallonië en Brussel, rechts in Vlaanderen) en het record voor de langste formatie ter wereld. Wie waarvoor politiek verantwoordelijk is lijkt soms niemand te weten, en al voor corona was het begrotingstekort opgelopen tot zo’n 14 miljard euro.

Alles lijkt in België stil te staan. Zoals het Paleis van Justitie in Brussel, dat al zo lang verbouwd wordt dat er steigers voor het onderhoud van de steigers moesten komen. Veertig jaar duurt de renovatie al, en pas in 2040 zal die klaar zijn. Of de discussie rond het sluiten van kerncentrales: deze ‘kernuitstap’ komt al sinds 1999 voor in regeerakkoorden, en toch werd onlangs besloten de sluiting weer eens uit te stellen.

Onverschillig

Niet voor niets zijn Instagram-accounts als ‘Belgian Solutions’, waarop Belgische missers worden vastgelegd van gaten in de weg en verkeersborden die het tegenovergestelde aangeven van wat zou moeten, zo populair. Van zo’n land kan Nederland, dat tot voor kort een begrotingsoverschot had en waar de burgers tot de gelukkigsten ter wereld behoren, toch niets leren?

Toen ik vijf jaar geleden naar België trok om er correspondent voor NRC te worden, met een vrachtwagen vol meubels en een hoofd vol clichés, was dat wel ongeveer wat ik dacht. België was mij vooral bekend van de slechte wegen, de politieke patstellingen, de taalstrijd, en – vooruit, ook iets positiefs – de levensgenieters van goed bier en krokante frieten.

Dat ik niet de enige ben in Nederland die er zo over dacht, werd in de loop van mijn correspondentschap regelmatig bevestigd. Niet voor niets staan Nederland en Nederlanders bij de zuiderburen bekend als enigszins arrogant. België wordt vaak gezien als ons ietwat zielige broertje.

Artikelen over wat er misloopt en waargebeurde Belgenmoppen over miljoenen kostende fouten vinden steevast gretig aftrek, bijvoorbeeld toen het Belgische leger een upgrade liet uitvoeren aan zijn pantserwagens waardoor de militairen er zelf niet meer in pasten. Nog veel vaker zijn we vooral onverschillig over ons buurland. Behalve de clichés weten veel mensen weinig over België. We kijken liever naar de grootmachten: de VS, Frankrijk, Duitsland.  Dat is jammer. Ik ging naar België met het idee verslag te doen van een vreemd land, maar leerde ondertussen ook anders te kijken naar het mijne.

Burgerraden

Onlangs trok Nederland naar de stembus voor de gemeenteraadsverkiezingen. We kregen te maken met de laagste opkomst ooit: krap 50 procent. De opkomst bij de laatste Belgische lokale verkiezingen? Bijna 93 procent. Het land heeft een opkomstplicht. Het vertrouwen in de politiek mag niet hoog zijn, de legitimatie van wie in Belgische raden en parlementen zit is tenminste wel solide onderbouwd. En het land kent meer democratische pluspunten: zo heeft België meerdere innovatieve burgerraden die meebeslissen over beleid, en bestond de federale regering er – ver voor Nederland – voor de helft uit vrouwen.

De Belgische justitie ligt regelmatig onder vuur. De gevangenissen zijn overvol, het drama van seriemoordenaar Marc Dutroux zal niet snel vergeten worden, en eerder veroordeelden gaan regelmatig opnieuw in de fout. Maar de laatste jaren zijn opvallende en verstrekkende vernieuwingen doorgevoerd.

België opent momenteel bijvoorbeeld meerdere kleinschalige detentiehuizen, waarbij het hele concept van een gevangenis wordt omgegooid: gedetineerden krijgen een plek midden in de maatschappij, waardoor hun terugkeer daarin makkelijker moet worden, terwijl Nederland juist voor schaalvergroting gaat. Veel langer al kent België de vrederechter, die in geschillen op een laagdrempelige manier tot een oplossing probeert te komen waar beide partijen iets aan hebben.

Toen Nederland net begon met boosterprikken zetten, was België al maanden bezig

In Nederland vinden we stakingen en de sluiting van winkels op zondag of in avonduren vaak ronduit lachwekkend. Maar het mindere marktdenken in België heeft voordelen: zelfstandigen zijn er beter beschermd en verkapte dienstverbanden moeilijker, terwijl het leger aan zzp’ers dat je in Nederland in een gemiddelde koffiebar aantreft doet vrezen voor de toekomst.

Huizen zijn in België nog relatief betaalbaar, vergeleken met de ramp die zich in Nederland voltrekt. Privatisering is er minder ver en breed doorgevoerd. En hoewel weinig Belgen staatsspoorbedrijf NMBS zouden overladen met complimenten, is één ding er voor zover ik weet nooit gebeurd: een halve dag geen enkele trein die rijdt, zonder vervangend vervoer.

Betaalbare kinderopvang

In het begin van de coronacrisis liepen de ic’s in België vol. Het aantal Covid-doden ligt hoog in het land. Maar er is zeker niet enkel slecht nieuws op het gebied van corona, en meer in het algemeen het gezondheidsbeleid in België.

Nadat de verre van consistente demissionaire Belgische regering was opgevolgd, durfde België tijdens de coronacrisis vaak veel sneller streng in te grijpen waar Nederland bleef talmen. Daartegenover stond dat een strenge lockdown in België deze winter juist niet nodig was: toen Nederland net begon met boosterprikken zetten, was België al maanden bezig. En waar Nederland 6,4 intensive care-bedden per 100.000 inwoners telt, heeft België er 16.

De maandelijkse kosten voor een ziekteverzekering liggen in België vele malen lager, waardoor de gezondheidszorg er veel inclusiever is. En als je naar een Belgische huisarts gaat, krijg je geen stortvloed van vragen opgelegd dat binnen tien minuten aan bod moet komen.

Veertig procent van de vrouwen werkt parttime in België, tegenover 73 procent in Nederland – koploper van de EU. Nu is fulltime werken niet noodzakelijk beter, maar er is wel een goede verklaring voor dit opvallende verschil: de kinderopvang is in België volgens een vergelijking van Unicef niet alleen kwalitatief beter, maar ook betaalbaarder, waardoor werken eerder loont. Een nieuwe wet tegen seksuele misdrijven is in België al goedgekeurd. Wanneer toestemming ontbreekt, is seks nu strafbaar – een duidelijke lijn die past in de ontwikkelingen van de laatste jaren.

Excuses aan Congo

De verschillen in onderwijsstijl tussen onze landen zijn aanzienlijk. Terwijl in Nederland de vorming van een mening, samenwerking en de toepassing van kennis meer aandacht krijgen, ligt in België de nadruk op blokken en kennis reproduceren. Over wat belangrijker is valt te twisten, maar de Belgische aanpak heeft in elk geval één duidelijk voordeel: de theoretische basis van leerlingen is in België vaak sterker. Niet voor niets deden Vlamingen het vaak beter bij het Groot Dictee: het taalniveau is er – vooralsnog – hoger.

Dan ga je toch ‘een mooie dvd kijken’? De opmerking van coronaminister Hugo de Jonge tijdens de zoveelste cultuursluiting in de coronacrisis maakte duidelijk dat de kunstsector niet bijzonder hoog aangeschreven staat bij de huidige Nederlandse beleidsmakers. In cijfers vergelijken hoeveel Nederland en België investeren in cultuur is bijna niet te doen, aangezien wat onder cultuur valt in elk land anders is en de cultuurinvesteringen in België bovendien per gemeenschap zijn opgeknipt.

Maar een dedain voor ‘hoge cultuur’ zoals dat in de Nederlandse politiek soms in zwang lijkt, is in elk geval minder aanwezig. Dat blijkt alleen al uit het feit dat musea bijna de gehele coronaperiode open konden blijven, of de trots waarmee Vlaanderen recent nog voor 725.000 euro een origineel handschrift van dichter Paul van Ostaijen aankocht. Het gewest maakte in totaal vorig jaar 3,98 miljoen euro vrij voor kunstaankopen om de sector toekomstperspectief te bieden tijdens de crisis.

Tot slot van deze (lang niet complete) opsomming: de Belgische omgang met het koloniaal verleden. Die maakte in een paar jaar een versnelde transformatie door. Er kwam een spijtbetuiging van de Belgische koning aan voormalige kolonie Congo. Van een parlementaire commissie worden dit jaar nog conclusies verwacht over officiële excuses en mogelijke herstelbetalingen. In Nederland wachten we daar nog op.

Gaaf land

Tegen het slechte imago van België en het gebrek aan Belgisch zelfvertrouwen stak het beeld van Nederland altijd scherp af. Waar in België weinig vertrouwen is in de regering, stond Nederland juist trots boven aan de ranglijsten. Het ‘gave land’ van Mark Rutte blaakte van zelfvertrouwen, met als meest treffende voorbeeld de ‘intelligente lockdown’ van maart 2020, toen de Nederlandse politiek zichzelf beter waande dan de rest van Europa. Nederland hoefde van niemand iets te leren, en ook buiten zijn grenzen stond het land bekend om zijn goed georganiseerde en efficiënte overheid.

Ik spreek bewust in de verleden tijd, want er zitten scheurtjes in dat imago. Nota bene een aantal Belgen hield het gewezen gidsland Nederland de laatste jaren een spiegel voor. David Van Reybrouck confronteerde ons in Revolusi met zijn pijnlijke koloniaal verleden. Schrijver Tom Lanoye fileerde Nederland na drie kabinetten-Rutte. ‘What the fuck is er aan de hand met Nederland?’ schreef hij, en hij haalde het toeslagenschandaal, het belastingparadijs, wegbezuinigde ziekenhuisbedden en coronabeleid aan.

De Belgen noemen hun land constant surrealistisch

Ook in Nederland zelf lijkt vertrouwen minder vanzelfsprekend. Het populaire zelfbeeld van Nederland ‘dat we op administratief gebied heel modern zijn en het financiële beheer op orde hebben’ klopt niet meer, zei de president van de Algemene Rekenkamer Arno Visser een jaar geleden in NRC. ‘De Nederlandse overheid blijkt minder goed georganiseerd dan gedacht.’

Het politieke landschap is versnipperd en geradicaliseerd, het drugsgeweld ontploft. Het gedoogbeleid waar we zo trots op zijn, is allang ingehaald door andere landen en staten in de VS. Boosteren bleek een opgave, het coronabeleid zwabberde, formeren werd ook in Nederland lastig, en we worden ons steeds bewuster van de problemen rond woonbeleid en doorgedreven flexibilisering.

Surrealistisch

En dat is goed nieuws – dat bewustzijn tenminste. Het Belgische kenmerk waar Nederland boven alles iets van kan leren is namelijk: nationale trots bestaat er nauwelijks, tenzij de Rode Duivels spelen. Belgen noemen hun land constant surrealistisch, en fouten zijn haast altijd een aanleiding om naar het ‘systeem’ te wijzen. Komt de trein te laat? Typisch Belgisch. Gat in de weg? Only in Belgium. Moeite om je in te schrijven, veroordeelden die opnieuw in de fout gaan? Dat is België. Overstromingen in Wallonië? Het teveel aan instanties met onduidelijke bevoegdheden zorgde ervoor dat er te laat werd gereageerd: België.

Het lijkt een nadeel. Geen nationale trots, dat kan toch niet goed zijn? Het overdreven negativisme heeft immers onder meer tot gevolg dat het beeld van België slechter is dan wat – zie de positieve ontwikkelingen hierboven – gerechtvaardigd zou zijn. Maar al dat pessimisme heeft ook belangrijke voordelen. Een flinke dosis zelfkritiek, permanent in de spiegel kijken: problemen worden in België lang niet altijd opgelost, maar in elk geval zelden onder de mat geveegd, en de Belgische staat is een constant work in progress. Letterlijk, want momenteel wordt gedacht over alweer de zevende staatshervorming om het land beter te organiseren.

In tegenstelling tot in België kijkt men in Nederland bij fouten zelden naar het systeem, maar naar falende mensen, falende organisaties. Of men kijkt gewoonweg niet. Met die gedachte in het achterhoofd kunnen we ons de vraag stellen of de toeslagenaffaire zo lang zonder gevolg zou zijn gebleven als Nederlanders eerder hadden durven geloven dat zoiets in Nederland kón gebeuren.

Functioneert België? Minder goed dan zou moeten. Taal- en cultuurtegenstellingen en politieke complexiteiten maken het land ingewikkelder dan wellicht nodig. De coronacrisis werd er verre van goed bestreden, dossiers slepen zich jaren voort en formaties blijven lastig. Maar landen werken nu eenmaal zelden vlekkeloos. Door vooral de Belgische missers te zien doet Nederland zichzelf tekort. Clichés bevestigen is, zeker in België, makkelijk. Veel moeilijker is het om verder te kijken dan wat je denkt te zien, het land echt te bestuderen en te durven leren van onze buren.

Anouk van Kampen is een Nederlandse journalist en oud België-correspondent.

 

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Gerelateerde artikelen

Kuifje: de beste padvinder ter wereld

Dreigende schaduw

De stikstofcrisis is een klucht

Welkom bij Maarten!

Maarten van Rossem is 's lands bekendste historicus en Amerikadeskundige. Hij is een veelgevraagd commentator op radio en tv en heeft een eigen blad: Maarten!. Verwacht diepgravende interviews, scherpe analyses en verrassende opinies.

Maak nu gratis kennis met onze journalistiek. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ruim tien jaar Maarten! gebundeld. Lees bijvoorbeeld waarom Baudet gelijk heeft als hij zegt Fortuyns erfgenaam te zijn, wat Maarten van het Nederlandse onderwijs vindt en hoe Amerika het IS-monster gecreëerd heeft.

Wilt u de beste verhalen uit Maarten! in uw mailbox ontvangen? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief.